Histoire

20 jaar DS SM/Club Belgium (1985 - 2005)

Creativiteit, vindingrijkheid, passie, ... Wanneer deze kwaliteiten ten dienste staan van de vooruitgang, dan spreekt men zeker van Citroën !

In het voorjaar van 1985 ronselden Roland Delbauche en Charles Lentz met strooibriefjes op de voorruiten van  DS-geïnteresseerden. Deze briefjes nodigden de DS-rijders uit om op 22 mei 1985 naar restaurant "El Patio" in Anderlecht te komen. Onder de talrijk opkomende DS-liefhebbers besliste een kern van acht om op deze memorabele avond de "DSM Belgium Club" op te richten. De restauranthouder, Jacques Meuris, werd de eerste voorzitter. Roland Delbauche werd ondervoorzitter, Doris Lentz de penningsmeester en Thierry Pirmez werd secretaris. Voor de Nederlandstaligen waren Marc Roelandt en Luc Plas de pioniers.

Die eerste avond werd al meteen beslist om een trimestrieel blad uit te geven: het "DSM-journal". Het eerste nummer verscheen op 22 augustus 1985. Hierin stond het eerste verslag (van Sigi Migerode) over de eerste uitstap (richting Tervuren, Waterloo en Genval) van 30 juni 1985, georganiseerd door de kersverse voorzitter. Deze voorzitter vond de clubnaam te Engels en liet stickers drukken met clubnaam "Amicale DSM Belgium Club".

Op 29 september van datzelfde jaar vond de tweede rit plaats. Opnieuw was het vertrekpunt de triomfboog van  het Jubelpark. Het eindpunt lag in Namen. Ondertussen rommelde het al in het nieuwe clubje: sinds het verschijnen van het eerste blaadje werd niets meer van T. Primez, de secretaris, vernomen. Daarom werd Luc Plas beëedigd als secretaris (ook ledenadministrateur en beginnende clubshop) en nam Marc Roelandt de redactie van het clubblad over. Piet De Koster zorgde voor de lay-out. En zo verscheen het tweede clubblad in maart 1986: het "DS/SM CLUB BELGIUM MAGAZINE" was véél verzorgder en perfect tweetalig. Tot en met het nummer 3 verscheen het magazine op A3-formaat, daarna op A4, en vanaf nummer 8 met een prachtige kaft. In het clubblad 4 van oktober '86 verscheen het eerste technische artikel: De kleurcodes van de DS. Een tweetalig artikel van de hand van Xavier Stainier.

Na het stichtingslokaal "El Patio" werd het "Starter's Club". Dan "A l'arrêt du Tram", nog later in "Le Belgica". Nu hopen we een stabiele basis gevonden te hebben in "AUTOMOBILIA" te Woluwe.

Vanaf 1986 nam de nu volwaardige DS/SM Club deel aan oldtimerbeurzen: stands in Antwerpen en Wieze. Door doelgerichte P.R. (de beurzen en het kaartje onder de ruiterwisser) steeg het ledenaantal tot 80 eind 1986. Hierdoor verschenen er ook meer wagens op de clubuitstappen: Denderwindeke '86 telde 58 auto's !

In september 1986 waren de nieuwe stickers er: twee ontwerpen (één DS en één SM) van de striptekenaar-cartoonist Krisse Van Muylaer. Sober maar mooi; een wit autosilhouet op een zwarte ondergrond.

Eind '86 rommelde het weer even. Het bestuur reageerde: de voorzitter werd  uit zijn functie ontheven. Sigi Migerode (eigenlijk een fervente 2 PK-man) erfde het voorzittersroer. Hij nam de volgende vier jaar deze taak zeer ter harte waar. Doris Lentz gaf vrijwillig ontslag en haar taak werd door Jeanine Cuypers als waarnemende penningmeester overgenomen.

In maart 1987 ging de club voor het eerst de grens over. Clublid André Mas organiseerde een driedaagse uitstap naar Luxemburg-stad. Amper vijf wagens reden mee naar het buitenland. Een schril contrast met de 87 wagens van de "1-mei-lenterit" te Denderwindeke. Hier deden voor het eerst oudjes (een ID van 1959 en één van 1960) hun intrede. Ook drie netjes afgestofte cabrio's rodeerden in de club.

De club nam in 1987 ook voor het eerst deel aan een I.C.C.C.R. (International Citroën Car Club Rally). Hoewel er vanuit de club zelf geen gezamenlijk heenrijden georganiseerd werd, waren er toch 8 clubwagens aan de Loreley in Duitsland.

In clubblad nummer 7 van oktober 1987 tekende Kristof Van Langenhove een veerbol met het opschrift: "The Citroglycerine Magazine of Belgium". Dit idee gistte verder en alzo ontdaan van on-angelsaksische boutades distilleerde men de naam "CITROGLYCERINE". Clubblad nummer 10 kreeg als eerste deze explosieve titel mee. Die Kristof bleek ook dichterlijk aangelegd te zijn. Getuige hiervan volgend citaat:

De DS-club is de beste in het land. Hier sta ik met een veerbol in de hand. Geen veren die spiralen, geen brekers die schokken. Een beetje L.H.M. en ik ben vertrokken! Het gaat goed met de DS-club, dankuwel. Door de rode hydro komen problemen soms snel. We raken langzaam in hogere sferen... We lachen ons groen, niets kan ons nog deren.

Oktober 1987: voor het eerst hadden we ook een stand op de Brusselse oldtimerbeurs. Wieze werd opgegeven, maar Brussel en Antwerpen gaan tot op heden nog steeds door. Schitterend in dat jaar was ook de rondrit in de Zwalmstreek: met de picknick-mand rond het kasteel van Nokere bij Baron Casier. Gelle Van der Weeën (9 jaar) schreef er een artikel over: het eerste jeugdverhaal in Citroglycerine.

Eind '87 gaf de toen zeer actieve secretaris om persoonlijke redenen ontslag. Hij bleef echter zijn taak tot eind '88 voorzetten. Begin '88 werd de club in regio's opgesplitst: Paul De Laet, Gunther Götzfried, Johnny en Carina Verheyen stelden voor om regio Antwerpen (dit team werkte aan de voorbereiding van de "Havenroute") op te starten. Achteraf bekeken bleek dit de juiste oplossing ter ontlasting van het nationale secretariaat. Door deze regioverdeling werden vele probleempjes van leden lokaal opgelost. Voor Antwerpen werd Paul De Laet de regioverantwoordelijke. Voor Mechelen-Leuven: Gunter Temmerman, Limburg: Luc Hendrickx. West-Vlaanderen: Paul Depoorter, Liège: Nicolas Dardenne. Later kwamen nog Luk Van Linden voor Klein-Brabant, Thierry Bourgeois voor Brussel, Marc Stelleman voor Hainaut en Henk Goossens voor Oost-Vlaanderen. Alles liep op wieltjes.

In april 1988 werd de Havenroute verreden. Meer dan honderd Citroëns op de Antwerpse Grote Markt. Een nieuwe clubrecord. Een sliert van 89 auto's kwam aan de start en wat bijzonder was, een vlekkeloze organisatie. Veertien dagen later stonden er 87 op de startplaats in Denderwindeke.

Citroglycerine kreeg met Kris Serré een nieuwe lay-outman. Het blad werd alsmaar dikker en beter van drukkwaliteit. Veel bijdragen over uitstappen, technische artikels, oude reclamebrochuren, de altijd aanwezige evenementen-agenda, koopjes, strips, ja zelfs geboorteaankondigingen (oa Billy Delbauche, Emilie Depoorter, Manon Verheyen). Het werd een echt familieblad.

Op 14 augustus bezocht de DS/SM Club haar feestvierende 2 CV-zusterclub in Rochefort ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de 2 PK. De banden (nee, geen Michelins) met de andere Citroënclubs werden alzo aangehaald.

Ook in 1988 ontpopte Paul Depoorter zich tot een ware champetter: hij werd de onmisbare strateeg om de alsmaar langer wordende DS-kolonnes veilig  in goede banen te leiden. Diezelfde Paul had er ook al voor gezorgd dat ieder clublid fier met een club-T-shirt kon rondrijden. Eerst waren er enkel witte T-shirts, later ook andere kleurtjes. Een grijze sweater, het DS-stuur op de voorzijde en de DS-kont op de rugzijde, kenden veel succes (een ontwerp van Carlos De Wilde uit Vlezenbeek). De Hanes T-shirts zijn nog altijd te koop via de clubshop. Het stuurwiel werd in 1991 vervangen door het nieuwe clublogo, een ontwerp van Karel Suyling.

Eind '88 zit de club  zonder secretaris. Begin '89 werd er ijverig naar een nieuwe secretaris gezocht. Na een bestuursvergadering nam Paul De Laet in oktober '89 het secretariaat over, op voorwaarde dat de clubshop naar Carina Van Staey ging. Haar echtgenoot, Johnny Verheyen, werd de nieuwe penningmeester. Eindelijk werd de chaotische toestand van clubshop en financiën kordaat rechtgezet: een professionele boekhouding in plaats van een plastieken zakje met wat losse papieren erin. Het clubshop-assortiment werd uitgebreid en up-to-date gehouden. De ploeg was weer voltallig en zo konden we 1990 met gerust gemoed aanvangen.

Even terug naar 1989. Gunter Temmerman leverde zijn kwalitatief hoogstaande technische artikels voor het clubblad verder af. De redactie ging op interview bij onze andere technische knobbel, Willy Vahouche. Samen met Gunter vormde hij de "Technische Commissie". Bij hen kon iedereen telefonisch terecht met zijn technische problemen.. Omdat de technische vragen met hopen naar binnen stroomden, organiseerde Gunter in Mechelen twee technische namiddagen. Onbegrijplijkerwijs bleek er maar beperkte belangstelling voor de technische "les". Nochtans bleef hun telefoon even vlijtig rinkelen.

Eveneens in 1989 verliet Kris Serré de redactie. Hij werd in de kern opgevolgd door Peter Willemijns, die met zijn schitterend gerasterde foto's het imago van ons clubblad nog verder de hoogte induwde.

De lenteritten van Denderwindeke werden door Nicolas Dardenne overgenomen. Hij kreeg 34 wagens op zijn rit Liège-Huy op 30 april '89. De Brabantse rondritten, georganiseerd door Roland Delbauche, Thierry Bourgeois en Michel Bertrand, haalden 35 auto's. Dit jaar stond er ook een ICCCR in Flevohof (Nederland) op het programma: 12 DSsen en 1 SM van onze club stonden er te pronken. In het najaar zorgde de Regio Antwerpen nog voor een rustige kastelenrit in de Antwerpse Voorkempen.

De eerste lustrumviering werd in 1990 door de mensen van de Antwerpse regio op "wieltjes" gezet in "De Diept" te Merksplas. Door het slechte weer was de opkomst maar matig. De barbecue-gerechtjes waren echter overheerlijk en de wijn - met speciaal club-etiket - was gratis, dus werd dapper gefeest tot in de late uurtjes. De afwezigen hadden eens te meer ongelijk.

800 jaar Kortrijk - een prachtige organisatie van Ludwig Vandecapelle - werd dan weer druk bezocht. Deze uitstap viel letterlijk in het (regen-)water, maar dat kon de pret niet bederven. Begin september organiseerde de regio Antwerpen de eerste "Mosselrit". Vanuit Sint-Niklaas, via de veerboot Kruiningen-Perkpolder, ging de rit naar Yerseke, het mosselmekka bij uitstek. Spijtig genoeg weer iets te weinig auto's. Of moesten we wennen aan de wetenschap dat de tijd van tachtig auto's per uitstap voltooid verleden tijd was ?

Eind '90 terug een bestuurswissel. Sigi Migerode nam ontslag en Paul De Laet volgde hem als voorzitter op. Marc Roelandt, die nog steeds hoofd van de redactie was, nam het secretariaat van Paul over.

1991. Citroën werd uitgeroepen als "constructeur van de eeuw". In diezelfde enquête, gehouden onder alle autojournalisten, haalde de DS brons in de categorie "auto van de eeuw".

In het voorjaar bezocht de Nederlandse DS-Club het Brusselse Jubelpark. Ruim 300 DSsen schitterden op de "Cinquantenaire".

Op 2 juni reed de club ook een echte rally, systeem "bolleke-pijl". De Zwalmstreek werd het decor. Schitterend weer, een minutieus samengesteld roadbook: ziedaar een prachtige rit samengesteld door Ann en Peter Willemijns.

Ter afronding van de activiteiten voor 1991 had de Antwerpse regio opnieuw een jaarfeest in "De Diept" georganiseerd. Deze keer waren de weergoden wel van de parij en het aantal deelnemers dus ook. Er werd een heuse "gymkana" verreden. Veel plezier, zowel voor de chauffeurs als omstaanders. Gelukkig haalde iedereen zonder brokken de eindstreep.

Eind 1991 neemt Wim Goessens van Marc Roelandt de hoofdredactie van Citroglycerine over.  Marc blijft wel actief meewerken aan het clubblad, voornamelijk bij het schrijven van artikels en vertalingen en verder ook voor de distributie.  Luc Plas neemt de clubshop van Carina over. Het is ondertussen een hele winkel geworden: T-shirts en sweaters in verschillende maten en kleuren, pin's, boeken, stickers ...

Op 1 mei 1992 kregen de clubleden te Mechelen hun tweede rit in "bolleke-pijl"-stijl. Een organisatie van Gunter Temmerman en Benny Van Wanghe. Op 14 juni loodste Henk Goossens een caravaan DS-sen door Gent. Eind augustus maakten twaalf clubautos zich op voor het negende ICCCR. Vertrekpunt lag te Gierle, het eindpunt:  Herning in Denemarken. Enkele leden waren op eigen houtje afgereisd, zodat we uiteindelijk met 18 wagens de Deense wegen onveilig maakten. Uniek feit in de club-analen: een totaal van 36.000 kilometers zonder problemen !

Op 11 oktober van datzelfde memorabele jaar werd er nog een ander record gebroken: 112 auto's stonden aan de start in Puurs voor het herfstgebeuren van de regio "Rupel - Klein-Brabant". Vier enthousiaste leden, Luk Van Linden, Walter De Kunst, Mon en Kristien Peeters, samen met nog 48 medewerkers verzorgden dit enorme Citroënfeest. Eind '92 trok Marc Roelandt zich als secretaris terug en werd opgevolgd door Gunter Temmerman.

1993 werd met een gerust gemoed aangevat: op 14 februari stak Luc Plas de "Valentijnsrit" ineen: een gezellige zoektocht in de streek rond Hemiksem en de Schelde. Op 16 mei tracteerde Nicolas Dardenne ons samen met "l'auto-moto-rétroclub de Rochefort" op hun negende Famarde; een prachtige rit onder een voorbeeldige organisatie. Door een verwarrende mailing waren we slechts met vier leden uit de club aanwezig.

Het was maar liefst zeven jaar geleden dat er nog eens een tweedaagse rit op het programma had gestaan. In juni '93 werd de "DS-Ronde Van Vlaanderen" verreden. Niet met bijzonder veel deelnemers, maar wel met veel ambiance in de caravaan. Ann & Peter Willemijs, Wim Coessens en Marc Roelandt, kortom de redactieploeg, zorgden voor deze organisatie. In september gingen we voor de tweede maal met onze "mossel" (=DS!) de overzetboot in naar Zeeland om mosselen te eten. In oktober ging de club naar de provincie Henegouwen. Marc Stelleman had met een kersvers lid, Karl Hunot een toffe rit in elkaar gestoken.

En op 31 juli van dat jaar – 1993 - stierf de koning der Belgen, Koning Boudewijn, aan een hartstilstand in zijn vakantieverblijf in het Spaanse Motril.

In februari 1994 werd er eindelijk een echte clubstand aangekocht. Die werd op de Antwerpse beurs in maart ‘94 ingezegend. Al voordien in  november  werd belsist om deze clubstand aan te schaffen. Door een streng financiëel beheer en een gezonde clubkas kon deze aankoop, zonder hulp van buitenaf, gerealiseerd worden. Ook rond die tijd kreeg de clubshop het fiat om autonoom te werken : een eigen begroting en budget, onafhankelijk van de clubfinanciën. Opnieuw een gunstige evolutie in de alsmaar groeiende club.

Een enthousiaste ploeg rond Garage “Luc” Marginet stippelde met "de lijn-busdriver" Bart Ruyssinck een lente Denderroute uit. Op 10 april werd er vanuit Dendermonde gestart voor een lekker ouderwetse rit door de provincie Oost-Vlaanderen. Op 8 mei werd er "door de wind, door de regen" gepuzzeld rond de abdij van Hemiksem. Eind mei verraste Karl Hunot de deelnemers van de 2de “Route de Thudinie" met een prachtige rit in de omgeving van Thuin. Zijn originele spelletjes met de DS resulteerden, bij voldoende punten, in een heus DS-rijbewijs. Na negen jaar wachten, kregen we van onze "champetter" Paul Depoorter zijn "Brugge en omgeving" te zien. Samen met de familie Cappon van de gelijknamige garage brouwde hij met een "Straffe Hendrik" een zonovergoten onvergetelijke rit.

Afsluiter van '94 werd het "Tweede I.D.AAL DS-SM treffen", georganiseerd door de mannen van de Regio Klein-Brabant. Opnieuw een gigantisch succes en een nieuw clubrecord: 174 Citroëns voor de deuren van Garage Peeters. Zelfs de filmploeg van de BRTN is onder de indruk van de kilometerslange autosliert.

Eind '94 werd lidnummer 390 toegekend: neen, geen 390 maar wel een goede 190 leden in onze club. Wie had dat tien jaar geleden durven dromen ? Onze club is nu een hele organisatie, goed gestructureerd, bijna een klein bedrijf. Niettegenstaande ons amateurstatuut (er mag al eens iets fout lopen), de onbaatzuchtige inzet van vele goedwillige, actieve medewerkers en enthousiastelingen hebben we de eerste 10 jaar overleefd. Op naar de volgende 10 jaar !

Met dank aan de leden voor hun tekstbijdragen, verbeteringen, nuttige tips en foto's. Franse vertaling: Marie & Paul Depoorter. Samenstelling, redactie & lay-out: Luc Plas & Paul De Laet.           

2de periode (1995 tot 2005)

De tweede tien jaar van onze club stonden precies op hetzelfde pijl als de eerste tien jaar : service aan onze leden  geven. Helpen met raad en daad. Plezier hebben in het leven en rijden. Rijden. Rijden met onze DSsen. Tussen de herstellingen aan onze DSsen door.  Sommigen van ons hebben perfecte auto’s. DSsen die precies nooit naar een garage moeten. DSsen  die even naar de garage gaan, nieuwe banden erop zetten en de volgende 100.000 km rijden. Ik ken zulke leden.

Dat is de droom van iedereen en soms ook de werkelijkheid.

Wij als organisatoren – in feite het huidige voltallige clubbestuur  binnen de club - doen het in feite nog steeds voor jullie allemaal. Onbetaald als we zijn krijgen we dikwijls een “dank u wel” toegezwaaid. Soms ook  niet en anderen komen nog niet eens naar onze uitstappen. Dat is een klein probleem.

Als ik nu de geschiedenis van onze club van de laatste tien jaar neerpen (op de computer) dan was het precies in dat jaar - 1995 - dat wij  - Belgen zijnde – met het nieuws verblijd werden, dat we het 11de ICCCR van 1998  mochten organiseren.
Niets meer, maar ook niets minder.

Velen  van ons hebben regelmatig aan die voorgaande tien ICCCR’s deelgenomen, of ze nu in Nederland (Flevohof) doorgingen of in Duitsland (op de Loreley) of in Frankrijk (in Clermont Ferrand) of elders in de “oertijd”. We hebben van al deze bijeenkomsten genoten. Ieder op zijn eigen manier. Het was daar waar de hele familie – Citroën-familie – bijeenkwam.

En onze mijnheer André Citroën  zag telkens vanuit de hemel dat het goed was. Soms liet hij de zon schijnen en soms liet hij het regenen.

Op ons 11e  ICCCR in Chevetogne was het regen, en niet weinig !

Op dat ogenblik was iedereen uit de Citroënclubs gevraagd.  We vormden comités. Werkgroepen. Meestal bezet door gewone leden, maar ook met bestuursleden uit de betreffende clubs.

Inmiddels hadden we het enorme aantal van 8 clubs, die allen op de een of andere manier een of meerdere modellen van Citroën  onder “hun hoede hadden”.

Een ICCCR organiseren? Nog nooit had iemand van ons een dergelijke organisatie mee opgebouwd,  of zelf helemaal georganiseerd.
We wilden het toch doen. En goed. De geschiedenis zal het uitwijzen.
We hadden ideeën. Goede ideeën. Chevetogne was een ongelofelijk mooi terrein voor een ICCCR, zoals wij het ons voorstelden. Uiteindelijk waren er ook veel foutjes in de organisatie, maar het weer was de grootste spelbederver. En de massa mensen en de massa auto’s. Dàt hadden we nooit verwacht. Dat was grandioos.

Maar dat was al de historie van 1998 voorweg nemen.

Want inmiddels hadden we onze eigen plannen met uitstappen, etentjes organiseren, vergaderingen. Planningen maken . Het tijdschrift CITROglycerine maken. Wim Coessens (vandaag de grote directeur bij de krant “De Morgen “), maakte ons clubblad tot 1995. Hij moest ook zijn brood verdienen en daarbij was ons clubblad net iets teveel werk.   Het was op dat ogenblik dat  ik (Günther) het tijdschrift overnam en me daarvoor volop wilde inzetten. Ik had toch niks te doen !!!!

Het werden meer dan tien jaar werk : onderwerpen zoeken, braafjes tekstjes typen, corrigeren, lay-out maken, foto’s maken en laten drukken. En wie was bijna de enige man die me hielp met heel dit ‘jobke’ ? Marc Roelandt. Het zij gezegd. En dan te weten dat Marc ook al de vorige tien jaar mede aan het blad heeft meegewerkt. Chapeau.

Marc Roelandt, een gewoon bestuurslid. Maar de toenmalige voorzitter, Thierry Bourgeois, heeft dat enkele tijd gedaan. Marc Roelandt heeft hem dan in oktober 1997 vervangen. En inmiddels heeft Marc er ook al weer zeven jaar voorzitter op zitten. Drie keer, telkens eenstemmig en met zachte druk, verkozen door de overige bestuursleden. Met al de rompslomp erbij. Deze man moeten jullie koesteren. Hij heeft - en doet het nog altijd -  met een glimlach of een zucht ieder probleem opgelost . Marc Roelandt, onze huidige voorzitter. En dit vanaf de eerste dag, op 22 mei 1985, dat onze club werd opgericht. Moedige man. Goede man. Echt. Steun hem. Koester hem.

Er zijn nog anderen die eveneens aan alles meegeholpen hebben. Ook veel leden. Als we iemand nodig hadden. Wij vonden niet altijd iemand.  We vonden wel Paul op onze weg. Hij was er altijd bij. Paul Depoorter dan !
Organiseren als geen ander, dat kan hij. Hij dirigeert. Hij roept, hij geeft de bevelen. Hij heeft de contacten met het huis Citroën. Hij onderhoudt de contacten met Luc Lion, Public Affairs. Een man die echt begrepen heeft, dat wij geen domme jongens waren. Deze man, Paul Depoorter, zit achter vele ontwikkelingen binnen onze club. Lidnummer 6. Sechs. Zes.  Bestuursleden hebben veelal lage lidnummers. Velen met laag lidnummer zijn ook reeds uit de club gestapt.  Het leven speelt ook in onze club.

Waar zijn die prachtige zomernamiddagen in 1998 dat we met velen in een extreem  grote garage in  de Lange Elsenstraat in Antwerpen logotjes plakten op de miniatuurauto’s die op het toekomstige ICCCR verkocht zouden worden.  Voorzien werden we toen door de huisbaas en zijn echtgenote van spijs en drank. Wat een sfeer.. Weten jullie het nog ? En nog ander werk deden we daar voor dit aanstaande ICCCR. Nog eens, dat was al in 1998.

In diezelfde garage mocht ook korte tijd onze beursstand tussen twee beurzen staan. Nu niet meer. Nu wel bij Peter Snoeckx in zijn gelijknamige Citroën-garage. Dank Peter. Nog zo’n trouwe helper : altijd bereid.

Rond de jaren 1995 tot 1998 zaten we dikwijls in ons “clubcafé” :” Automobilia” aan de rand van Brussel. Prachtige sfeer. Lieve mensen. Gedroomde ligging voor een tweetalige (drietalige club, dat vond ik zelfs in de oprichtingsnotulen) oldtimerclub. Inmiddels is ook dat fijne cafeetje door de knieën gegaan. Weg. Pleite ?

In 1995 hadden we eveneens een grote organisatie gepland : op  de Cinquantenaire. Voor de deur van  “Autoworld”, het museum voor alle oude auto’s in België. En tussen Legermuseum en automuseum ? Niks anders dan Citroëns. Alle oudjes van ons merk waren daarbij betrokken. Namen van vrienden herinner ik mij nog, die daaraan meewerkten: bv. Sigi Migerode, Jean-Pierre Machtelinck, Thierry Bourgeois, Paul Depoorter, Bart Ruyssinck : er waren nog anderen ook !
We deden het voor vele Citroën-vrienden uit het binnenland en het buitenland. Nederlanders vooral.

Een veel kleinere meeting was, ook in 1995, de rit naar ST. VITH. In Duitstalig België. Geen succes, want weinig organisatie. Tiens? Tiens?

In 1996 ontvingen al de leden de nieuwste uitgave van Citrogycerine:  44 bladzijden. Mijn madame vroeg of ik soms gek was geworden. Maar ik was nog niet eens op dreef. Later waren er nummers met 60 bladzijden. Veel werk, dat wel.
Een reportage over Gommaire Van der Sande uit Antwerpen, die met zijn DS aan Luik-Rome-Luik deelnam. Je moet het toch maar doen. Een nachtrit-verhaal van Marc Roelandt door Frankrijk : met de DS uiteraard.  Sfeervol. En als ik in de kalender van 1996 kijk,  dan was dat ook het jaar met de meest succesvolle rit aller tijden : naar Puurs. Wat een volk. Wat een sfeer. En de televisie was er ook.
En dan werd er ook al reclame gemaakt voor een event, dat toen reeds een reuzesucces was : CitroMOBILE in Utrecht.
Zo langzaam kwam ik ook als hoofdredacteur van Citroglycerine op dreef. Het blad werd duidelijker, meer goede foto’s. Volgens sommigen wel slecht afgedrukt.  Ja, zo kan ik ook kritiek oefenen. Reportages. Voor jullie. Een blad waarin ik de liefde voor Citroën en DS aan jullie wilde doorspelen.

Zo kregen we meer reportages in het blad,  bv.waarbij een DS op een filmset meedeed aan een film : cinema of TV, het kon ons niet schelen. Daarbij heb ik ook een van mijn mooiste foto’s gemaakt : een zwarte DS op een gemaaid korenveld met camera- en geluidsmensen en toeschouwers. En een prachtige hemel daar in Duisburg bij Tervuren.Waar ook de opnamen waren voor de “Leeuw van Vlaanderen” gemaakt werden. Van Hugo Claus geregiseerd.  Maar daarin hebben onze DSsen  niet meegespeeld !

Binnen de club werd het ook langzamerhand een echte organisatie om op beurzen aanwezig te zijn. De oldtimerbeurs in het Antwerpse Bouwcentrum was al jaren een must voor ons. Dan kwam er ook nog Ciney bij. De Citroën-stand op deze beurs werd en wordt door onze Franstalige leden ( met hulp vanuit Vlaanderen!)  nu al jaren georganiseerd. De sfeer daar wordt beter en beter.  Trouwens, we hebben ook veel meer reactie uit Wallonië gekregen en het ledenaantal groeit er gestadig!

Is onze club feitelijk niet vanuit een  Franse (Franstalige) sfeer ontstaan? Maar toch zo langzaam aan een tweetalige club geworden.  Het ideaal ???
Wat is het ideaal ?  Het was een ID !!!!!!

Het was ook in 1996 dat we ons eerste bezoek aan Chevetogne brachten. Hoe, waar, wat en wanneer ? Paul Wils, de voorzitter van het feest  twee jaar nadien, had er een basis.

In 1997 hadden wij een groot feest : Een nationale meeting in  Drogenbos. In de Succursale van Citroën. Het rijk van Mijnheer Duhoux. Later werd hij in grotere landen ook de grote baas van Citroën. Heet, dat was het, om dood te vallen. Maar dat heb ik jullie nu de eerste keer verklapt. Ik leef nog.

In het novembernummer stond ook een grote reportage in Citroglycerine : onze oldtimers. Vooral de DSsen die op een vochtige weide wegsterven. “La Fin – Het Einde ??” vroeg ik toen. Ja, waar zijn alle onze  DSsen gebleven ? Daar op die velden in la douce France et ailleurs. . .  Uitdrogend in de zon. Kletsnat in de herfst en in de winter bevrozen. Daar maak je geen nieuwe auto’s meer van. Vooral bij de familie Moine in Boucoiran in de Provence. Ik heb gehoord dat er nog maar weinig auto’s daar op  het veld tussen Nîmes en Alès rusten. Maar dan wel voor eeuwig ???

Jullie begrijpen, dat ik het dikwijls over Citroglycerine heb in deze geschiedenis van de club, want als er nu een  bron is waaruit ik de tijd weer kan oproepen, zowel voor mijzelf als voor jullie, dan is het wel ons eigen blad. Voor jullie gemaakt. Dus, het tijdschrift weerspiegelt een beetje veel het leven in onze club.In het februari-nummer : alles over DS cabriolet Chapron en Usine.  Toen kostte een cabriolet/décapotable een klein miljoen. Vandaag zijn de prijzen al geklommen tot 2,8 miljoen frank en zelfs 3 miljoen frank. 125.000 Euro. Snap je ?

Het was ook het jaar dat ik het gezelschap” Zuidelijk Toneel” ontdekte. Zij brachten een stuk, “De onbeminden” van François Mauriac uit 1938 met een DS op het podium. En in Citroglycerine stond daarvan een mooie foto met een tekstje - uiteraard – erbij .

In een “edito-tekst” schreef ik toen het volgende : “

Wat een zomer !

Het jaar begon heel erg rustig en ijskoud. Tot ik de advertentie in dit blad vond. Iemand verkocht zijn DS. In Luik. Perfect gerestaureerd, enfin. Jullie weten het ook al.  . . Onderdelen zoeken. Nieuwe batterij.
Dan weer een uitstap of zes met de club. Tussendoor een vakantie met de “nieuwe” DS in Frankrijk gehad. 3500 km  dwars door Frankrijk. Veel DSsen gezien. Vooral slechte. Bij Monsieur Moine vooral.
Teruggekomen naar Belgïe voor een vergadering met de club. Dan in panne gelegen tijdens een rit in de Zwalmstreek.  Serieuze panne.
Dan een DS opbouwen die niet de mijne is. Roest afkrabben, schilderen en in de polyester leggen. Daar zal nooit meer roest aankomen !”   etc. . .

Dit soort teksten geeft mij weer sterkte. In de herinnering. Iets waarvan  en waarvoor ik persoonlijk voor leef.  Jullie toch ook !!! Goed geweten.

Een geschreven woord herlezen. Als jullie dit nu ook doen met de voorbije nummers van de laatste tien jaar, dan begrijp je me wel.

Vriend Jean-François Schuind heeft het in het mei-nummer over “La DS, une maladie incurable” Ja, dat is juist.

1998, het jaar van het ICCCR.
Een grote meeting, met veel mensen, veel auto’s en veel regen. Zoals jullie bovenaan in de tekst reeds konden lezen.
Ook veel emotie voor verloren clubleden. Het weze zo en we zullen het daar nooit meer over hebben.
Ook niet over een afsplitsing van een groep leden die later hun eigen club oprichtten.

En intussen hebben we alweer twee ICCCR’s gehad : in Noord-Amerika en in Zwitserland. Op het eerstgenoemde waren maar twee Belgen aanwezig.  Iets meer toch in Zwitserland. En de volgende zal in Rome doorgaan. Door de Italianen georganiseerd.  In 2008. Dan is onze club alweer 23 jaar jong.

Het ICCCR was in augustus. En in datzelfde jaar zou ook de auto van de eeuw gekozen worden. Wij werden het niet met onze DS. Wél de Ford T. Dan de Volkswagen Kever en dan de DS.
Hoe schreef ik ook weer in Citroglycerine ? “Who paid the drinks !!!!!”

En daarmee zijn  we al in 2000. Bijna . . .
Toch al bijna 15 jaar clubleven.

In dat jaar ontdekte “Citroglycerine” de duurste DS aller tijden. Een wel zeer exclusief artikel in ons ledenblad. Toen, vijf jaar geleden,  moest die eventuele nieuwe eigenaar minimaal 150.000 USD  (toen 6 miljoen oude franken) op tafel leggen. Maar intussen had Alex – de eigenaar van de DS 23 van de vroegere President van de USSR, Leonid Breznjev  - al nagedacht en hij wilde er in feite 200.000 USD  voor hebben. Dit zijn ook nu nog simpele 8 miljoen franken, oude.

Trouwens, in dat jaar publiceerden we ook het verhaal “Citroën op het internet”. We waren goed op tijd ook over dat soort onderwerpen te praten. De digitale tijd was begonnen . . . In  februari 1999 had Vincent De Potter onze eerste website in elkaar geknutseld.

Een ander belangrijk punt (breekpunt?) was het feite dat er binnen het bestuur het idee werd gelanceerd om onderdelen te verkopen vanuit de club naar onze leden toe. Dat is  nogal vuurwerk geweest. !!!! Gelukkig is het niet doorgegaan. (?) En degenen, die het idee naar voren brachten wilden het ook al niet doen. N’est-ce-pas ?  Dus. Afgevoerd. Zo werkt dat nu eenmaal in een club. .    

Ook hadden we een grote reportage over het leven van de Keizer van de Centraalafrikaanse Republiek, Jean Bedel-Bokassa I en diens wondermooie DS .
Zoals ook Bokassa de DS van de Président de la République, Giscard d’Estaing, gekregen heeft ! Voor niks. Bleu d’Orient !

In 2001 stond dan weer in november, dan reeds in het “Hof ten Eenhoorn” bij Asse, een algemene ledenvergadering met een verkiezing van het bestuur op de dagorde.

En het werd het volgende bestuur, dat zich ook nog vandaag  uitslooft om jullie alles recht en open toe te spelen :
Marc Roelandt, Paul De Poorter, Marc Stelleman, Wouter Couché, Günther H.Götzfried, Vincent De Potter en Carl Dufays.

En om de clubgeest een beetje kracht bij te zetten heb ik toen elk jaar de foto’s van de leden gevraagd, die zij in de loop van het jaar van hun DS’sen getrokken hadden. Had succes.

2002 begon op de Heizel. Voor een kleine afvaardiging op het autosalon in Brussel. Paul Depoorter met echtgenote en Marc Roelandt met zijn  . . . redakteur Günther.  We zagen voor het eerst de nieuwe C3. Toen heb ik beslist, die auto ga ik kopen . . . als die écht gecommercialiseerd werd.
Eind 2002, begin 2003 was het zover ! Tof bakske voor een oude heer.

Ook was er weer een afvaardiging – bijna dezelfde mensen als boven vernoemd , maar aangevuld met Dirk Oosterlinck voor zijn – onze – oudste DS in de Club. DSsen onder het Atomium voor het feest voor de tijd van toen : 1958.  Expo’58 in Brussel. En alles wat een perfecte vorm had zat in die tentoonstelling , in de bollen van het Atomium. Ook onze DS - op zijn achterste en in klein formaat. En later was dit ook de eerste uitstap van het jaar met hééééel de club. ! Door Marc georganiseerd of wat dachten jullie.

In datzelfde jaar kwam ook een einde aan de “lijdensweg” van Patrick Wauthier : de  restauratie van een DS die bijna voor nieuw werd opgebouwd. En in een kleur gespoten die sensatie verwekte : “Capucine”. Moet je gezien hebben . . .

Ja, en dan heeft uw redakteur ook nog een reis door Frankrijk gemaakt. Niet op zoek naar DSsen, maar hij heeft er toch nog veel gevonden. In alle staten. En aan alle hoeken. Ik vind het vandaag – na herlezing  – een prachtige herinnering aan een reis door  La douce France. Dat toch nog bestaat.

25/26/27 april 2003 : dan waren we weer in grote getallen in Chevetogne. We hadden ene Jumble georganiseerd. Daar, op de plek waar 5 jaar geleden onze grootste organisatie in het water viel. Regen, you remember . . .
Chevetogne, dat zich inmiddels als een buitentuintje van Citroën heeft omgevormd, was weer de ideale locatie. Met o.a. een concert van Mikhail Bezverkni, Winnaar van de Koningin-Elizabeth-muziekwedstrijd in 1972,  als ik me goed herinner.
Maar eveneens in 2003, weer met veel regen gvd.!!!!

In datzelfde jaar kregen jullie ook te horen dat (een van) de  oudste DSsen  via België terug in Europa via belandde. Uit Amerika. Wij hadden de documenten en de foto’s !

CQS kennen we al een tijd. Dieter Petré heeft zich langzaam binnen de Citroën-wereld laten zien. Eerst door zijn zaak “CQS” – de garantie op rijplezier met uw Citroën DS en SM” in Lubbeek tussen Leuven (N2) en Diest voor Citroën-herstellingen en verkopen van aanvaardbare exemplaren.  Maar ook door zijn activiteit binnen de ACI (Amicale Citroën International). Daarin verdedigt hij de belangen van alle Belgische Citroën-clubs. Van ons dus. En voor de rest staat Dieter altijd gereed  voor een serieuse vraag. Zeker inzake een moeilijk probleem met een DS of andere SM

En nu zijn we in 2004. Mijn “bestuur” van de vormgeving van “Citroglycerine” ging tot het verleden horen.  Na tien jaar en 43 edities van Citroglycerine.  Een jonge man – Leo van de Velde uit Ursel  - meldde zich aan met het voorstel zijn kennis van vormgeving en digitale opmaak te gebruiken voor een nieuwe vorm.
Mooi, hé ?
De oude “ezel” met zijn 67 jaren kon zich een beetje uitrusten. Dacht hij. . .
Maar doordat de ouderdom ook doorweegt is het schrijven alleen al er nog veel en veel moeilijker op geworden.
Ooit moet daar toch een einde aan komen.

In 2004 kwamen er ook drie nieuwe bestuursleden bij : Jean-Marc Anciaux, Benjamin Puissant en Leo Van de Velde. Benjamin en Leo ontfermen zich om een vernieuwde website te maken: het resultaat mocht gezien worden !

En in 2005  was er binnen onze club maar één gesprek :
20/30/50 ! ????
In 2005 werd onze club twintig jaar. Jarig dus. Volwassen !!. Dat vierden we in Chevetogne. Velen kwamen.
Dertig jaar geleden werd de SM voor het eerst gepresenteerd.
En vijftig jaar geleden werd de DS voor het voorgesteld. In Parijs. En dat hebben we gevierd. In Parijs. Op 8 oktober. Met o.a. een ritje via de Avenue Foch en  de l’Arc de Triomph naar de Eiffeltoren.
Eerst mochten er maximaal duizend auto’s meedoen.Voor de duizend eerst ingeschrevenen . . . Onze voorzitter hoorde toen al erbij . . . Tenslotte mochten meer dan 1600 DS meerijden.  En bijna alle leden van de DS/SM Club Belgium waren aanwezig.  Daar in Paris. Wat een plezier.
Wat een jaar . . . 2005 . . . The story goes on !

-----------------------------------------------------------------------------------------------------

25 jaar DS/SM club
Derde deel !
 
Vijf jaar geschiedenis van DS/SM Club
 
 
Deze derde verzameling van onze clubgeschiedenis gaat over het clubleven vanaf einde jaar 2005 tot 2010, en werd precies dagen vòòr en na Kerstmis 2010 eindelijk geschreven. Nog één maand en dan hebben jullie nummer 100 van “Citroglycerine” in handen. Alweer een reden tot feesten. Of niet ?
Verder werken voor onze leden!
 
 
Nr. 78 - augustus 2005
 
In dit nummer verscheen een reportage : vele clubleden waren aanwezig in Roubaix op 18 en 19 juni 2005. Wie wilde, kon met zijn DS op de ovale en vooral schuine fietspiste snelle ronden draaien. Waar anders alleen de professionele fiets-coureurs rondjes draaiden. We mochten toch een uur of twee rondtoeren.
We ontdekten toen ook nog speciale DSsen 23 : er was daar wel een beetje mee geknoeid. Een mooie 23 DS maar die niet van Charles de Gaulle was.Het stond er wel op een grote poster. Het enige dat echt was, was de geboorte van de Gaulle in Lille, en de vélodrome van Roubaix. Zijn geboortehuis staat nog altijd recht.
 
Ook waren we erbij toen de BFOV/FBVA – de koepelorganisatie van alle Belgische oldtimerclubs, onder leiding van Peeter Henning - ons naar Beauvechain/Bevekom liet komen. Op een groot vliegveld en onder een gloeiende zon. En met champagne van een lokale champagne-kweker : uit Meerdaal, vlak bij de “Zoete Waters”.
 
Ook hebben we in ditzelfde nummer 78 van Citroglycerine een reportage gebracht over Charles Lentz. Een Citroën-liefhebber van de hoogste klasse. En genieter van alle lekkernijen . . . En medeoprichter van de DS/SM club, nu 25 jaar geleden, in 1985.
En met een verzameling van vele zeldzame miniaturen. Plus de meest uiteenlopende grote DSsen, Rolls-Royce’s en de Duitse RO 80. “Het model dat het meest op een DS lijkt” zei hij. Kijk ook eens in dit nummer 78 : daarin stonden ook nog foto’s naast de geschiedenis vanaf 1985.
 
We hadden contact gekregen met een zekere André Crucifix, een Citroën-liefhebber en verwoede garagist van Citroëns in Bièvre. Jean-Marc Ancion heeft dit artikel geschreven. Mijn “frans” was toen ook al zo zwak, dat hij de tekst en het interview moest schrijven. Met de tijd schreef Jean-Marc meer en meer artikels voor ons clubblad. Prachtige man . . .
 
In datzelfde nr.78 vertelden we aan onze lezers dat in de volgende editie een groot artikel zou verschijnen van een fantastische Zwitserse Politie-fotograaf die dramatische foto’s maakte van gebotste auto’s van toen. Op een klein “eilandje” aan de Vierwaldstädtersee in het even kleine gehele Zwitserland. Maar deze reportage verscheen niet in het nummer 79, wel in nummer 88 !
 
Nr. 79 – november 2005
 
In dat nummer 79 verscheen een lange reportage over het grootste feest aller tijden in Parijs : alleen DSsen. 50 jaar. En dat met ongeveer 3500 exemplaren uit de hele wereld. In vele beelden gepresenteerd en in alle kleuren en geuren omschreven door : Myriam Jalet en Luc, Cécile en Franck Gérard, Wim Verhaegen, Marc Stelleman en GHG én een prachtige dubbele pagina van fotograaf Yvan Trofaes. ICI PARIS. XXL !.
 
En dat ook in België zelf die “50 jaar DS” niet zomaar verloren gingen,daarvoor werkten zeer hard Marc Roelandt en Paul Depoorter . Alhoewel : de Belgische kranten wisten ons zélf te vinden. In de “De Standaard Magazine”, bijlage voor zaterdag, stond het vol met DS-beschrijving en grote foto’s. Voor VTM kwam Boudewijn van Spilbeek naar Chevetogne om dan met Marc en Paul kringetjes te rijden. We haalden de televisie dus ook duidelijk. Miljoenen mensen hebben gekeken. Geloof ik . . .
Ook in “De Morgen Magazine” was een en ander uitgehaald door hun hoofdredacteur himself, Rudy Collier. De foto’s met “onze” auto’s had hij gehaald uit Citroën-boeken. Het mocht wel. Heeft “Gazet van Antwerpen” ook iets gedaan ?
En hoe was dat feitelijk in Wallonië ? Ik heb er in mijn herinnering niets van gehoord !
 
Wat ook opvalt is dat de SM (een prachtige snelle auto in een unieke vorm) vanaf het nummer 72 tot 99 slechts 6 keer op de voorpagina staat. De rest is dus voor de DS . . .
Alhoewel, van links en rechts hoor ik toch een beetje klachten dat de SM Maserati bijna overheersend is in de binnenbladzijden ! Ik vind dat niet storend.
Als bestuurder wel even rekening mee houden ?.
Tenslotte heeft de DS een “oplage” van 1.455.746 exemplaren gekend en de SM van maar 12.920 exemplaren !
 
Als jullie allemaal de tijdschriften van de DS/SM club verzamelden vanaf het begin van jullie lidmaatschap, dan heb ik voor jullie een idee : haal alle Citroglycerine tijdschriften uit de kast en herlees ze meerdere keren. Je kunt er vooral meer kennis door krijgen van onze auto’s.
 
Het geeft jullie een wijze ervaring van onze autowereld. We zullen jullie nooit over een DDR-“Trabant” vertellen en er dus geen voorbeeldexemplaar van maken. Zo gek zijn we ook weer niet. Maar bijvoorbeeld een “artikel met liefde geschreven” over een Rolls Royce of een RO 80 mag eigenlijk wel. Of een VW Kever. Dat mag ook ? Eens per 50 jaar . . .
 
En daarom hebben we ook momenteel twee auto’s (tot nu) (plus la C6 ???) : la DS en Sa Majesté SM. Tot nader order blijven deze onze lievelings-auto’s
Laten we deze twee auto’s koesteren . . .Daarover hebben we meer te tonen dan dat we denken.
 
 
Nr.80 - februari 2006
 
Kennen jullie Karel Suyling
 
Ooit heeft de DS/SM Club een beetje gespeeld - en de vingers verbrand -  met de folders van deze Nederlander. Wat heeft deze man uit Haarlem misdaan ? Niks. Maar wij hebben in de club ooit het één en ander gepubliceerd en dat mocht niet . Als kenner daarover ken ik de bescherming van gedrukte werken. Na een paar bezoeken en ook telefoons en op de beurs in Utrecht hebben we alles rechtgezet en sedertdien heb we een aangename verhouding. In Paris, tijdens de 1600 DSsen-parade zat deze liefhebber van Citroën op de leuning van een zitbank.Aan de Place Charles de Gaulle en l’Arc de Triomphe. Ik herkende hem toen onmiddellijk. Vrolijke man. En die nog steeds houdt van alles wat van Citroën is. Maar ook trots is op zijn drukwerk waarop zijn reclame-vormen te zien zijn.
Kijk eens in Citroglycerine van nr. 80. Doen. Bladzijde 15.
 
Een pagina verder schrijft Marc Roelandt een artikel over de Quattroporte II – Tipo AM 123. Het model 1967.

Allemaal waard om te lezen. Want vandaag is er ook nog een nieuwe Quattroporte op de weg. JA, wat zijn prachtige auto’s toch alles waard !!!!!
 
 
Nr. 81 - mei 2006
 
In dat jaar hadden we een nieuw doel : wij werden namelijk op 23 april in Waterloo verwacht. Waterloo ??? Ja, we wilden op de plaats zijn waar Napoleon zijn oorlog verloren heeft. Het was een prachtige dag. We kwamen binnengereden. Een van de eersten was een zwarte DS uit Antwerpen. Fruithoflaan. . . . Deze haalde het weer eens met mijn zwart beest. Ik zette haar op een plaats. Met een aantal andere clubleden, en andere late bezoekers. s’ Namiddags om vier uur had ik de hele groep besteld voor een apéro. Vooraf heb ik mijn auto verplaatst. Maar iets in de auto was niet in orde. Ja, ik had geen olie meer in de motor. Gelukkig was Lucien Theuninck weer aanwezig. Hij heeft me geholpen.
Een beetje veel olie bijgieten en alles was geregeld. De auto is niet ontploft.

We zijn ook niet op de “Leeuw van Waterloo” geklommen. Veel te hoog. Een oudere heer heeft geen kracht meer. Toen al . . . !!
We hebben aansluitend met enkele heren – maar met meer dames – een stevige drank genoten. Rood was er en wit. En leeg nadien. We genieten allemaal van elke uitstap.
 
En wie herinnert zich die opstelling van alle binnenkomende oldtimers aan de inkom-kassa?? Alles viel toen stil door het aanschuiven en wachten. De auto’s moesten hun motoren op de helling laten draaien en daar komen dan de hete motoren van !!! De heel oude exemplaren zeker. DSsen ook. Tractions ook, als ik het me goed herinner.
Nadien zag ik - eens voorbij de kassa - veel van deze mensen zitten eten en drinken, aan de rand van de weg en met het beste zicht op de “Leeuw van Waterloo”.
In 1824 werd dit monument opgericht ter herinnering aan de gesneuvelden. De gietijzeren Leeuw werd bij Cockerill gegoten en weegt een kleine 28 ton. Breng die maar 226 trappen naar boven. In de periode tussen 1820 en 1850 !!!!
 
Toen in Waterloo zagen we een eerste keer een C6 staan. Van Citroën-Public Relations ?
 
Kenners vonden deze auto vanaf het begin sterk. Mooi. Heerlijk. Ik denk dat nu reeds 3 of vier leden die C6 hebben. En gelukkig zijn. Zo maar even naar Rome rijden. Zonder problemen. De C6 in de club opnemen ? We hebben dus (zie boven) al klanten hiervoor. En naast een DS of een SM, dat autootje kan er zeker nog bij. Dat meen ik. Het was Dirk Van Ginderachter die er toen een artikel in Citroglycerine over schreef. En Wouter Couché heeft ook een pagina over de C6 geschreven voor ons blad. Zoek het maar allemaal op.
 
Geel
 
Ook zijn we met een aantal Tractions en DSsen en de “Huppelclub” einde december ‘s avonds naar Geel gereden. Omdat Gerry Caers een nieuwe Citroën-garage in Geel opende. Ook dat is voor ons een hulp aan de garagisten. Zij zijn blij dat we onze mooie auto’s laten zien maar wij kijken dan weer naar de moderne Citroën-auto’s. Met een liefvolle blik ook naar onze oude auto’s buiten in het donker. Het was een showroom met héél veel glas.

We hebben ook een glaasje BUBBELTJES gedronken. Simpel. Eenvoudig en vrolijk.
Spijtig genoeg is die garage na een korte tijd stilgevallen. Gerry Caers moest sluiten. Zijn serieuze eigen oldtimerverzameling ging ook in lucht op.That’s life.
Tijdens een bezoek aan Geel einde november heb ik daar mijn zwarte DS voor de deur gezet. Om 10 uur had ik een afspraak. Vlak bij deze garage. Ik bewonderde die garage bij daglicht waar we 5 jaar geleden aan de inhuldiging deelgenomen hebben.
 
In dat jaar 2006 heeft ook Paul Depoorter op Auto Retro in Brugge een DS/SM-stand opgebouwd en veel reactie gekregen. Normaal moest een Ford-Mustang de blikvanger worden maar Paul heeft daar met een bijzonder luide stem anders over beslist.

Ach, het zijn zo de kleine herinneringen die wij allemaal uit het bestuur meenemen.

Vergeten ? Nooit.
 
Zo langzaam komen de SM’s op. Onberispelijke staat. 15.000 Euro is de normale prijs. Zoveel als mijn DS die niet weg wil. Voor diezelfde prijs. Vroeger kon je een SM niet kopen voor die extreem hoge prijs.
Er zijn mensen die deze ingewikkelde auto’s hebben verbeterd met hun fantasie, met hun ogen en met hun handen. En hun kennis.

Ineens waren ze er : Marc Roelandt was een van die eersten die een SM zochten en vonden. Blauwe Trots. En dat ding rijdt. Behalve dat je de schakelpook soms ineens los in je handen krijgt. Anders dan franse auto’s. Maar zeker niet slechter.
Die auto’s werden aangeboden. Je moet wel snel zijn. Er zijn er maar 12.000 of zoiets gebouwd. Die jaren 1972, 1973, 1974, dat waren jaren waar niets meer ging. Je mocht niet sneller dan honderd rijden. De benzine was extreem duur – zoals nu !!!!!!
 
Die SM’s bleven in de garage staan. Weggeborgen voor betere tijden.

Ja, en dan komen inderdaad de vragen. De auto’s werden weer uit de kelders gehaald. En geblonken. En voorzichtig aangeboden.

Wie nu een SM heeft is gelukkig. Niet zo Marc ? Jawel. Trots. Je hebt gelijk.


Nr. 82 - augustus 2006
 
Wissant en wij aan de Deux Caps
 
De hôtelier had een DS. Zwart en van het gouvernement. In Wissant. We hebben het gezien. Bewonderd. Dankzij de organisatie van Jean-Marc Ancion. De bunkers, de muren, het water, de hemel. Reeds vele jaren is Wissant een prachtig vakantieverblijf. Kleine kamers en wandelen naar de Cap Blanc Nez of Cap Gris Nez. Frisse lucht. Schoonheid vanuit de velden. In de lente, in de zomer, in de herfst maar in de winter blijf je best thuis. Dan stroomt het water en de zandoevers worden gemakkelijk weggespoeld naar de zee toe. Meer en meer. De Duitse bunkers in het water blijven liggen. Mooi ? Een herinnering daaraan ?
 
 
Een rit vanuit Ursel en rondom Knokke en Damme
 
Dit was voor mij en vele anderen een prachtige uitstap. Georganiseerd door Wouter Couché en Leo Van de Velde. En velen kwamen. Naar Knokke rijden via een landschap dat ik nog nooit had gezien. Bochten, bomen, bloemen, wilde paarden, en de sliert DSsen en andere Citröen-producten achter mekaar rijdend. Zo wens ik dat het functioneert. Dat je in rust de landschappen bewondert en dan ook nog “De Roste Muis” of zoiets terug vind. De verkeerswegen naar Knokke en andere plaatsen kruisen. We hadden moto’s. Naar het kanaal bij de “Syphon”. Landschappen, prachtige huisjes. Nauwelijks kwam een auto in onze richting gereden. Alle wegen zijn breed genoeg. Onze kinderen waren ook dankbaar. En de Dampferfahrt op het Brugge-kanaal mit einem Deutschen Kapitän. Besser kann es nicht. Überall sitzen sie doch die Deutschen : aus Berlin . . . Ich weiss noch alles davon.

En dan ’s avonds de file naar Antwerpen en andere richtingen. SUPERtrage rit stuk voor stuk vooruit door één verkeerslicht vòòr Zelzate !!!!!! Mijn zwarte DS liep niet warm. Niet heet. Wel brandde altijd een lichtje. Zeer ongerust. Drie jaar later werd dit “onderdeeltje” hersteld. Dankzij Mijnheer Weyten . . . Op 500 meter van mijn huis in Antwerpen.
Leo, je landschap. Je Heimat. Een creatieve sfeer denk ik dan.
 
En dan de “wereldberoemde” jaarlijkse bijeenkomst in november. In Asse. Voor de ledenvergadering : Restaurant Hof ten Eenhoorn.
Bespreking van het verleden, van de toekomst. Drankjes, bubbeltjes in de fles, soepjes, hoofdschotel, nog een hapje. 24 uur. 1 uur ‘s nachts. Het gaat zo snel. Een keer heb ik het laten vallen . . . Dit jaar.
 
En we zijn nu pas einde 2006.
 
Nr. 83    november 2006
Leo en zijn kalenders.
 
Leo Van de Velde, een kunstenaar en na mij een onverwachte schitterende computerbeheerser, maakte in 2006 zijn zoveelste kalender voor 2007.
 
Hij vertelt :
“Eind september begon ik me af te vragen hoe ik de DS/SM kalender 2007 zou gaan aanpakken.
In 2004 heb ik de eerste kalender gemaakt, toen was alles nog nieuw. De oude folders, de geschiedenis van de DS en de SM, de sfeer van toen. Maar ondertussen zijn we een paar jaar en 39 kalenderpagina’s verder, dus de inspiratie moet transpireren. Toen zag ik het voor me: we gaan iets doen met de “007” uit 2007. Dat er toevallig nu een film van James B. in de zalen loopt is mooi meegenomen. Naar verluidt heeft de nieuwe Bond al een kalender besteld, maar het kan ook een grap van Wouter Couché zijn. Tegenwoordig moet je opletten met wat je gelooft.      
 
En zo komt het ook dat we op 1 (!) november in Aalter in de garage van onze gastheer Johan De Vlieger afspreken. Joan zal J.B. spelen, (Joan is ex-mister Belgium en model, Tine (ook geen mis model) is Bond-girl van dienst.
 
De sfeer zit er goed in, Dirk laat zich gaan, de garage loopt warm. Hier wordt iets moois gemaakt. Het resultaat is te zien op de cover en op pagina 1 van de kalender 2007.

Bedankt Dirk, Tine, Joan en Johan !”
 
Tot zover de tekst van Leo Van de Velde die ook een prachtige en ook duidelijke en gevoelzame tekst kan neerpennen.

Onze (zijn) jaarlijkse kalender heeft zich wereldwijd verspreid. Was het maar niet dat die verzendprijzen van de kalenders peperduur zijn. Dat is zeker voor niemand goed. De Post in België was vroeger nog een beetje veel goedkoper dan toen met de Denen. Zij hadden een behoorlijke aandeel van de Belgische Post. Nu is het iemand anders en alles is nog veel duurder geworden. Onverantwoord peperduur . . .
 
 
Een door Wallonië gefinancierde filmproductie zonder resultaat.
 
Het was ook nog in 2005 dat ik door een filmmaatschappij benaderd werd. Men wilde een film draaien waarin een zwarte DS de hoofdrol speelde. Een van die mensen (David Verlant) kwam met zijn verroeste en kwakkelende auto en bracht dan nog een fotomodelleke mee. Hij kroop onder mijn DS, in de zetels, onder de motorkap, bekeek de banden. “Ja, deze auto willen we gebruiken”.

En weg was ie.
 
Na een afspraak waar en wanneer : om 17 uur in een bosje in Enghien (Edingen). Ik was er, de ploeg was er en de camera ook. Alles in orde. De eerste foto’s werden gemaakt. Het werd donker en de koude nacht ging over ons. Ik had een licht truitje aan. Gelukkig kon ik de volgende nacht en de daarop volgende 5 nachten bij mijn dochter in Opwijk overnachten en de volgende dag had ik een dikke warme anorak aan. Anders was het een onbetaalbare bedoening. Zeven nachten in een buurt waar de maïs nog stond. In smalle wegen. Met een film-auto die mijn auto meenam. En wij maar in de velden rondturnen.
Het was geen leven. Vegeteren wél. Eten : dat was er ’s avonds om 19 uur. Voor heel de nacht. Drinken, slapen : niks van. Twintig uren tot de volgende ochtend. Het was september en de velden waren daar in die omgeving wit. Sneeuw, op 2 september...
 
Op het einde kregen we een zeer klein bedrag. Het was niets waard. Ze wilden me nog liefst mijn bedrag per Post opsturen. Jaaaaaaaa. . . . Dat niet met mij. Die film, die door Jean-Jaques Goffinon uitgevonden werd en het werkvolk bijeengebracht, is vermoedelijk niet de eerste flop. Zowel in Wallonië als in Vlaanderen. Ik ben er zeker van. Deze film had ook nog een naam : ” Il y avait QQ chose DS le noir . . .” “Mooi zo” dacht ik in het begin . . .Op het einde kreeg ik zelfs nog een draaiboek. . . Een volledig draaiboek met alle mogelijke details . . .

Nooit heb ik die film gezien. De Waalse financiële dienst - die deze film heeft gefinancierd - heeft alleen met geld gesmeten. En zeker nooit iets gezien van de filmrolletjes. Moest dat ook ? Ik dus ook niet . . .
 
Maar de foto’s die ik gemaakt heb, houd ik bij me. Als herinnering. Het was een onwaarschijnlijk mannelijk werk. Ook al waren een paar licht geklede dames er ook bij. Zij hadden pas koude voetjes en handen en meer . . .
 
Nr. 84 - februari 2007
 
Verandering van leden in het bestuur . . . 
Marc Roelandt geeft de teugels over aan Marc Stelleman !
 
In editie 84 van “Citroglycerine” komt dan eens een verandering van Voorzitter. Marc Roelandt heeft vele jaren (ik weet zelf niet hoeveel . . .) zeer goed werk geleverd. De beide Marc’s (ze zijn beide perfect tweetalig) kennen mekaar ook in al die jaren zo goed. Twee handen op een buik bijna. Marc Stelleman is in de club gekomen met het lidnummer 206. Daarmee kun je ongeveer veronderstellen dat hij drie jaar na de stichting in de club terecht kwam.
 
Nr. 85 - mei 2007
 
Verandering ook van andere leden in het bestuur.
 
Wim Maet (lidnummer 676)
uit Poelkapelle-Langemark werd als de persoon gekozen om de bezittingen en de “handelswaren” van de DS/SM club bij te houden en op bijeenkomsten ook met de clubshop “zichtbaar” te zijn. Maar Wim moest opgeven : zijn werk was belangrijker.
Deze functie ging dan twee jaar geleden ook over naar Annie Bogaerts !!
 
Annie en Walter Bogaerts (lidnummer 091)
zijn tijdens de voorbije 5 jaren met veel gevoel en hard werken, maar altijd vriendelijk, een belangrijk koppel in de club geworden. Meer en meer zijn de twee bij het bestuur betrokken. Ze zijn beiden zeker zeer geliefd bij alle bestuursleden en ook bij vele gewone leden.
Ze hebben vele taken !!!! De beurs in Antwerpen bijvoorbeeld is maar één vrijwillige job !
Dank aan Annie en Walter . . .
 
 
Jean-Marc Ancion (lidnummer 550)
uit Grâce-Hollogne (en echtgenote Fabienne) hebben zich de laatste jaren bijzonder laten zien. Met nabije en ver georganiseerde rondritten in het binnenland en buitenland, met artikels voor het tijdschrift.
En steeds ook met een prachtige vrolijke houding. Jean-Marc is ook altijd op de bestuursvergaderingen aanwezig.
 
Nr. 86 - augustus 2007
 
Rétromoteur 2007 in Ciney Expo
Onze vrienden uit Wallonië zijn, zoals wij in Antwerpen ieder jaar, op de Rétromoteur in Ciney. Ook zij hebben daar zeker veel werk mee. Drie dagen. En nachten. En de stand opbouwen. En afbouwen. Dat laatste gaat wel altijd sneller. Zij hebben ook vermoedelijk altijd de Beurs verlaten zonder een DS te verkopen. Zoals wij . . . en anderen...
 
SM in York
Nadat wij in onze club meer en meer SM’s hebben, zijn ook de jaarlijkse reizen naar welk land dan ook veelzijdiger geworden. Marc, Annie en Walter vormen een prachtig team. Met hun drieeën !!! Maar ook de andere SM-eigenaars helpen daarmee. Niet mis. Ze brengen in ieder geval altijd mooie foto’s mee.
 
DS in Thailand
DSsen rijden in veel landen op onze aardbol. Dus wilde Citroglycerine wel eens precies weten waar. Bijvoorbeeld in Thailand.
 
Je moet niet denken dat je als DS-rijder alleen bent met je liefhebberij. We weten natuurlijk dat in Nederland, Frankrijk, in der Schweiz, in Deutschland en Italië nogal wat DSsen rondrijden. Ook veel déessen... op twee benen : in Italië, Deutschland, Schweiz, Frankrijk en ook in Nederland !!!!!! In België trouwens ook.
 
Thailand, het vroegere Siam, heeft nogal wat DSsen rondrijden. Ze worden ook min of meer goed onderhouden.
Vlak bij de River Kwai-bridge is bijvoorbeeld een garage voor DSsen en andere Citroëns.
Er is zelfs een voorzitter van de Thaise DS-club. Mister Weapat heet die brave man. Luk van Linden heeft me dat verteld.
 
Voorbeeld van een jaarplanning 2007.
 
Een Familiedag in het Atomium,
Citrojumble in Bokrijk,
‘Romeinse’uitstap Velzeke/Aubechies,
Beurs in Ciney,
Rit in het Doornikse,
Weekend in de Champagne (buitengewoon mooi) en ook nog
een rit in de Condroz.

In dat jaar hebben we ook contact verloren met een prachtige vriend : Peter en zijn echtgenote Corry Bink verdwenen ergens in Nederland, in het onzichtbare.

Zij waren één jaar later verrassend nog ééns bij een bijeenkomst in België. Maar ze hadden andere dingen in het hoofd. Welke ? I don’t know.
 
CQS
Intussen is ook Dieter Petré met zijn hele huishouden van CQS weer verhuisd naar een nieuwe, maar prachtige “werkplaats” :
3300 Tienen, Wulmersumsesteenweg 155, Industriezone Oost-Leeuwerik 
tel. 016 / 62 42 15.
 
Nr. 87 - november 2007
 
Champagne-Weekend in Reims.
Wie dat miste heeft écht iets gemist. Iedereen met zijn DS, behalve Günther. Die moest met zijn kleine C3 komen. Want hij moest nog naar Zwitserland (even langs de bank ?) en ook verder naar het zuiden rijden om de Mont Ventoux te beklimmen. Met echtgenote !
 
Niemand stoorde dat. Integendeel, ik mocht steeds met de DSsen meerijden. Vooral met vriend Marc Roelandt.

De zon scheen. En we hadden een afspraak met een champagne-boer. En we hebben nogal wat flessen Champus meegebracht.

In een binnenhof werden we door vrolijke mensen ontvangen. Eerst een rondwandeling, hoe champagne gemaakt wordt., en dan onder de bomen aan een tafel.
Wat een feest. Zelfs de vrouwen vielen van de zitbanken. We hebben ze weer omhoog getrokken. Ik vergeet het nooit meer. En Vincent heeft zijn dame dan mogen in de armen nemen !!!!!!
 
Ja, de reizen met onze auto’s zijn prachtig. Ik geniet ervan. Hoe mijn DS zich zal aanpassen ? Ik weet het een beetje, maar niet zeker. Mijn C3 staat dan wél gereed. Maar die lekt door het open dak naar binnen. Stom. Maar stoort niet.
 
En de nieuwste Franse politieagenten in dat nummer : ze lijken gemakkelijk op Wouter Couché en Wim Maet. Maar die kledij staat hen heerlijk.
 
Nr. 88 - Februari 2008
 
Karambolage
Volgens mij is dit een van de mooiste onderwerpen en thema’s. Een ontdekking. Het was Leo Van de Velde die jaren geleden een boek van een Zwitser ontdekte, een zekere Arnold Odermatt, en zijn zoon Urs Odermatt, die dit boek uiteindelijk verwezenlijkt heeft. 
En ik ben blij dat ik een goed boekwerk uit ZWITSERLAND kan verkondigen.
Die zoon was het dus die ik zover heb “gekregen” dat we heel dit boek mochten publiceren. Met “alleenrecht”. Quel honneur ! “Dannckche schöoooon” heet dat in Zwitsers dialect.
Vader Arnold Odermatt was in die jaren 1959 – 1970 politieagent in een kleine omgeving achter het Vierwoudstedenmeer. Zijn opdracht : van elke gebotste of beschadigde auto een of meer foto’s te maken.
Dat die foto’s, zoals in het boek verschenen, zò goed overkwamen dat je er een heel groot boek mee kon vullen, dat heeft ons verbaasd. En vermoedelijk ook onze leden. Dat grote artikel hebben we in februari 2008 gepubliceerd. Beginnend op de voorpagina.
Ik raad jullie aan om zeker dit nummer eens uit de kast terug te halen.
Want, DSsen kunnen ook botsen. Of worden aangereden. En dat hebben we getoond. CX tegen telefoonmasten !!!!! Volkswagen tegen een Peugeot Break.
Een mooi verhaal.
 
 
Aansluitend in datzelfde nummer : het overlijden van Michael SchmittKult. Grote foto’s die we kregen en Leo heeft daar een bijzondere kunstenaar op een bijzondere wijze laten zien. En zo jong . . . Kijk ook eens op bladzijde 14 en volgende.
 

Een Filmpje voor Yoplait !
Om vier uur ’s morgens naar Brussel rijden. Midden in het Centrum. Vlak voor het Groot Godshuis. Ijskoud die ochtend. 70 mensen aan het werk. Uitzweten in Brussel. Zes oude auto’s van Vlaamse mensen en één camera . . .
 
Foto’s uit een vensterraam, een herhaalde botsing tussen een 2PK en een Lancia. Mijn DS stond op de hoek en moest niets doen. Maar had wel een Frans nummer voor én achter gekregen. Toen ik nog serieus reportages maakte, had ik op een halfuur alles gedaan. Inclusief het interview. Zij deden het met ongeveer 70 mensen.
En uiteindelijk werd het een Zweedse reclame voor Yoplait en absoluut niets waard.
Toch nog eens lezen en naar de opnames kijken . . .
 
We doen alles om jullie een goed tijdschrift te geven. En dat om de drie maanden. Vanaf het begin 25 jaar geleden tot vandaag.
Ons tijdschrift is dé expressie voor onze leden.
 
En als ik nog één pagina verder ga in dit bewuste nummer dan ontdek ik de vernedering van de Franse staat met hun Route Nationale 7.
Wat een grap. Dan kunnen we evengoed thuis blijven. Of in Deutschland bv. met onze Franse DSsen gaan rijden.
En toch zullen we steeds naar Frankrijk rijden. . .
We hebben daar zo onze lange ervaringen. Niet in Deutschland . . .
 
Onze club heeft een aantal jaren geleden iets moeten ondergaan dat natuurlijk niet zo maar te verwerken was : er gingen een paar mensen, vooral van Limburg en Brugge en Boom uit onze club weg. We misten ze.
Maar de maanden en ook jaren die dan volgden hebben we geen leden verloren maar veel meer leden gekregen. Veel nieuwe leden kwamen uit Vlaanderen.
Maar vooral vanuit Wallonië.
Wij hebben daarvoor nooit echt veel reclame gemaakt. Zij kwamen met veel plezier en overtuiging naar ons.

Zo hebben we op deze manier dan ook prachtige medewerkers gekregen uit Wallonië om bijvoorbeeld ook uitstappen naar/in Wallonië te organiseren. Deze mensen die allen van de Franse kant komen, kwamen ook naar uitstappen in Vlaanderen. En met welke overtuiging. Wij zijn dus in feite meer gegroeid dan dat we voordien leden hadden.
En meer nog : het club-tijdschrift werd perfect tweetalig.
Die mensen uit Wallonië schrijven teksten. Iets dat ik zeker nooit kon doen. “A cause de ma langue.”.
En toen waren ook geen Vlamingen ter beschikking die het Vlaams konden vertalen naar het Frans. Wij hebben dus als club een vooruitgang geboekt die we nooit hadden verwacht.
Paul is daarom ook erg blij. Paul ? Ja. Paul Depoorter !
 
De nieuwe leden werkten. Zij werkten mee aan het tijdschrift. Aan de uitstappen. Zoals : Myriam Jalet en haar Luc en Jean-Marc Ancion en zijn Fabienne.   
 
Die vier personen schrijven regelmatig artikels in het tijdschrift.
Andere nieuwe leden uit dezelfde “streek” werken ook samen met ons.
Uiteraard in het frans. En zij organiseren ook “sorties”. Ik ben daar blij mee.
Wij hebben de leden die de club hebben verlaten, zeker niet boos bekeken. Als we ze vandaag zien – ik dan toch zeker, maar ook anderen uit de club – zijn we nog altijd vriendelijk tegenover hen.
Zelfs met hun voorzitter zitten we samen in restaurants en op beurzen. Er wordt weer gepraat.
Er werd zelfs weer een gezamenlijke uitstap (met een Zeeuwse DS-club) met de “verloren” leden georganiseerd.
Zo kan dat blijven..
Een merk is een merk.
Twee clubs. In een heel klein land ! Het moet kunnen . . .
 
 
Nr. 89 - Mei 2008
 
1968 in Parijs en de wereld
Dertig jaar geleden – 1968 - was de grote opstand in Parijs. Een revolutie die toen over de hele wereld werd gevolgd. In “Citroglycerine” werd er een groot artikel over gepubliceerd. Voor jullie. Met zeldzame foto’s : gevonden, gekregen en ook gekocht !
 
Een verhaal dat velen van onze jongere leden nooit hebben beleefd. Zij hebben dat dan in 2008 in“Citroglycerine” gevonden. En omdat het in Parijs begon en DSsen betrokken waren, in brand werden gestoken en omgekanteld. Het was “oorlog”.
En ook in België werd tussen links en rechts gevochten. In Leuven.
Nog eens lezen. Ook de ouderen.
 
Charles de Gaulle
Dat deze Franse Generaal ook weer eens in “Citroglycerine” moest verschijnen was een must.
Myriam Jalet heeft dit stevige artikel geschreven. Het verscheen helemaal in het zwart. Ja, omdat Charles de Gaulle dood was. Op 9 november 1970 overleden. In Colombey-les-Deux-Eglises.
Citroglycerine leert jullie veel. Geniet daarvan. 
 
Rétromobile in Paris
En in hetzelfde nummer ook een artikel over Rétromobile 2008 in Paris, geschreven door Charlotte Sombreffe.
Ikzelf heb deze dame nog niet ontmoet . . . Of toch ?
Onze club gaat vooruit. Langs Waalse kant vooral . . .
 
 
Le Jumble
In dat jaar hadden we ook Le JUMBLE, in Namur. Nooit in mijn leven was ik daar boven. Een ervaring van jewelste. In een stads-landschap dat het mooiste was dat ik ooit heb gezien. En de nieuwe C5 werd daar ook gepresenteerd. !!!!
Voor het eerst . . .
 
Beurs Antwerpen
Dat we ook over Antwerpen schreven was natuurlijk normaal. Tenslotte is de Beurs in Antwerpen een groot feest. Veel auto’s in mooie zalen. Maar duur vanwege de inrichters. Wij doen ons best om jullie op onze Citroën-stand te ontvangen.
Geef ons een sein vooraf . . .
Annie en Walter Bogaerts zijn de bazen. Ik GHG help een beetje . . .
 
Binche
En om nog een andere uitstap uit Wallonië in de lente te herinneren : we waren in Binche bij de Gilles. En men werd gefotografeerd als een rare vogel in het “kleed” van een Gilles. Mooie tentoonstelling. En een prachtige Burcht. En dat er geen pannenkoeken waren, ja dat nemen we erbij...
 
Nr. 90 - Augustus 2008
 
ICCCR 2008 in Italië: Ciao Belgio
 
Het waren hete dagen voor dit feest. Onze leden die naar Italië vertrokken hebben veel gepresteerd en geïnvesteerd. Italië is ook niet dicht bij huis. Integendeel. Toch zijn uit vele landen de leden gekomen. Opmerkelijk weinig Nederlanders, heb ik begrepen. Marijke Couché-Depaepe heeft de teksten geschreven. Dank je wel en beterschap voor Wouter .
 
Mijn herinnering : ons ICCCR in Chevetogne in 1998 was groter, had veel meer auto’s, je moest veel te voet wandelen en we hadden ook véél meer regen. Maar dat was echt hét feest . . . Voor mij toch.
 
De “Conservatoire” van Citroën
Voor het eerst ging onze club naar de “Conservatoire” in het noorden van Paris, in Aulnay-sous-Bois. Op 20 juni. Juist voorbij het vliegveld van Charles De Gaulle. Ja, we konden eindelijk alle auto’s zien die ook de huidige firma Citroën voor zichzelf heeft bijgehouden. Zoals wij onze auto’s verzorgen, doet Citroën dat ook. Een unieke ervaring voor iedereen.
 
 
Nr. 91 - november 2008
 
Dat nummer was weer vorzien met de jaarlijkse kalender-bestellingen : datum 2009.         
De kalender van Leo van de Velde. De belangstelling hiervoor van over de hele wereld vergroot de mogelijkheden. Van over heel de wereld komen vele bestellingen voor die kalender. Simpel is het niet. En goedkoop ook niet. Bpost heeft de prijs extreem verhoogd. Niet wij !!!!! Wereldwijd.
 
 
Nr. 92 - Februari 2009
 
Dank u wel.
Zo langzaam komen wij aan het einde van onze vijf jaar geschiedenis. Ik constateer nu duidelijk dat we nog veel rijper met onze club zijn geworden. We hebben veel meer mensen die iets meer willen doen dan gewoon lid te zijn. Dit is een prachtig verschijnsel. Als je opvolgers hebt die meegaan met de geschiedenis.
 
90 jaar Automobiles Citroën
André Citroën heeft voor ons veel gepresteerd : nog vandaag inspireert deze man de huidige nieuwe modellen. Het is wel niet helemaal waar maar ik voel dat zo. “Wat zou André Citroën zeggen ?” is een zin die ik constant gebruik. Tot en met de C6 en de DS3. Of het aanvaard wordt door de klanten . . . ! Dat moet je lezen. In nr. 92. !
 
Expo-DS in het nieuw . . .
Dat was de titel van een, die ik veertig jaar geleden in het Zwitserse Verkehrs-Museum in Luzern ontdekt heb. En op deze basis hebben we een groter artikel kunnen publiceren in “Citroglycerine”. Wat was dat voor een DS ?

Een exemplaar waar je kunt doorkijken. Alle delen van de techniek van de DS waren/zijn doorgesneden. Zichtbaar. Tot de wielen en de banden !
Ik vond die auto in het Duitse Essen terug op de expo.Twintig jaar later. En een tijd later had ik alle onderwerpen in handen. Weer eens iets te lezen dat past in onze wereld. Doen.
 
 
Nr. 93 -Mei 2009
 
Une ombre derrière la porte”
Enkele maanden later, na verschijnen van dit artikel op bladzijde 20, kregen we van Frankrijk een teken dat deze film (eindelijk) getoond ging worden op de Waalse (of Vlaamse ?) televisie. Bijna alle belangstellenden en leden van onze club met een DS hebben ernaar gekeken. Iemand die zeker heeft gekeken was Lucien Theuninck uit Moeskroen : het was zijn DS die in de hele film een hoofdrol speelde.
 
Lucien is ook de man die nogal wat aan onze auto’s kan werken. Van oud maakte hij veel DSsen nieuw. Zelf rijdt hij ook nog in verschillende DS modellen. Zij staan allemaal in zijn hangar.
 
 
“Zweven door de jaren heen”
En wat vind ik in dit nummer ? Een artikel dat ik zou hebben geschreven over mijn “Zweven door de jaren heen”. Ik was dat artikel al lang vergeten, en moet het zelf nog eens lezen.
Ja, die geschiedenis voor mij was bijna de helft van mijn leven.
 
Heel mijn vrouwelijke omgeving heb ik “misbruikt” daarvoor. Inclusief onze (hond) Pim. En ik heb me er toen ook even zelf op een beeld bijgezet.
Dit artikel was de eerste aanzet om wegens mijn ouderdom (70) een paar stappen terug te zetten...
Ik heb niet te klagen, maar 70 jaren zijn verdomd lang en ik had toen reeds willen stoppen met die auto’s in de club. Echt. Maar een paar leden in de club zijn aan mijn “rok” blijven trekken en nee dus, ik kan in feite ook deze liefde nog altijd niet opgeven . . .
 
 
Nr. 94 - augustus 2009
 
75 jaar Traction Avant
75 jaren en vandaag nog steeds een jonge auto. De eerste echte auto die de wereld veroverde. Nog steeds zijn de mensen verliefd op deze auto. In vele landen.
Hoeveel Tractions Avant heeft (André) Citroën ook na zijn overlijden verkocht ? Wie kan me dat JUIST vertellen ? Nota van M.R. : het zijn er welgeteld 759.111 !
En deze prachtige, meestal zwarte auto, vierde zijn jubileum in Arras. In het noorden van Frankrijk ten zuiden van Lille.
 
Het stadje zal de aanwezigheid van al die Tractions en zijn liefhebbers nooit vergeten. Bijna het hele stadje was erbij betrokken. Velen, die zelfs geen Traction hadden, waren erbij. Ook vanuit België.
Jullie kunnen ook deze tekst nalezen als jullie het tijdschrift uit de kast halen.
 
SM Royale 2009 in Apeldoorn
In de laatste tijd waren weer behoorlijk veel SM’s te zien in ons tijdschrift. En dat is goed zo. Waarom ? Omdat de SM na de DS, of zelfs gelijk is aan de DS. Maar helaas zijn er van de SM slechts 12.920 exemplaren gebouwd. Laat ze rijden. Deze auto’s moeten rijden. Ze hebben lang genoeg stil gelegen. Het is vandaag een perfecte auto. Even goed als onze DS. De toenmalige problemen vanaf 1970 zijn voorbij. Er waren mensen die dat hebben verholpen. Niet die van Citroën. Of wél . . .?
Laat ze nu rijden. En wij hebben ook deze mensen bij ons in de club. Hevige chauffeurs.
 
Parijs en mijn DS
Degenen die mijn (bijna) echte verhaal gelezen hebben konden daarmee lachen. De helft van dit artikel was echt, de andere niet. Het begon echt met een mail van Gilles Lazare, Limo Coach Services.
De rest werd een beetje aangekleed. Met smaak en liefde. En tenslotte met een ontgoocheling.
 
Oudenaarde
 
Zoals ergens in deze teksten verteld werd hebben we nog steeds contacten met de andere Citroclub “Citrosfeer”. Met Filip Dereyghere als voorzitter en o.a. als organisator in Oudenaarde. Wij, leden van de DS/SM club werden gevraagd om ook aanwezig te zijn. Wat dan ook gebeurde. Behalve ik, die één dag vòòr de ontmoeting mijn been gebroken heb. Ik had er spijt van. En pijn . . . Filip wist ervan dat ik niet kon komen !
 
 
Met een DS op het dak van “VillaVanthilt”
Dat was een onderwerp voor ons. Marcel Vanthilt, TV beroemdheid, kreeg een programma waar onze DS op een centrale plaats kwam te staan : namelijk op het dak van een glazen kast, waar de mensen naartoe trokken om Marcel Vanthilt live te zien. Ik heb bijna alle “Villa’s” gevolgd met de DS op het dak..
Een maand (juni/juli) in Gent en de tweede maand (augustus) in Hasselt. “Citroglycerine” heeft daar met liefde een tekst over geschreven. Omdat er genoeg te zeggen was. Voor mij en van hem. Marcel . . .En we hebben daarvan genoten.
Mijn nieuwsgierigheid was wel meer de toestand van “de DS op het dak”. “Niet meer veel waard of niks zelf” . . . vertelde me de eigenaar : een reclameman die de hele tent had mee helpen opbouwen.
Meer nog : ”En jij gelooft dat dit een perfecte DS zou zijn ? Volgens mij is die van onder zo lek als een zeef” zei Leo Van de Velde ook. Die ooit deze auto wilde kopen . . .
Lezen, lezen, het hele verhaal.
 
Nr. 95 - november 2009
 
En weer werd een nieuwe kalender van Leo Van de Velde voor 2010 verwacht. En weer was het een prachtige kalender. Onze Marc (Roelandt) lag onder zijn eigen SM met een pistool in de hand om, in het decor van New York, een andere gangster dood te schieten. Wat een mens alles meemaakt. Die kalender van 2010 moet je zelf thuis bewonderen.
Je hebt hem toch nog ?
 
90 jaar Citroën
Het was een groot feest in Brussel, in Amsterdam, maar ook in Parijs. En waar nog allemaal . . .?
Het meeste geld werd uitgegeven in Parijs. Maar volgens mijn herinnering was het Ijzerplein in Brussel het meest geschikt met het gebruik van het hele bouwwerk. En de rondrit door de grote stad met honderd Citroën-auto’s was wel ook uniek. De 100 geparkeerde oude en jonge Citroën-producten in de grote hal waren onze grote show. Luc Lion, Public-Relations, heeft er heel veel voor overgehad om het ons allen gezellig te maken.

Nog steeds draag ik die sjaal van 90 jaar Citroën. In de winter, maar ook in de zomer.
 
La Prestige, meermaals aanwezig in onze club
In de loop der jaren vanaf 1980 heb ik nogal veel gezocht naar én gelezen over DSsen. De Prestige’s waren nauwelijks te zien. En toch verzamelde ik wat ik kon krijgen over deze voor mij geheimzinnige DS-versie. Het was nooit veel. Links een foto in een tijdschrift en rechts een klein tekstje. Een auto met tussenruit : dat was een sensatie in die jaren. Maar er waren meer voordelen voor deze auto waarvan de prijs wel zo hoog was dat weinigen zich dit Citroën-model konden veroorloven.
 
De eerste persoon die ik kende – en goed - was onze huidige voorzitter Marc Stelleman : en die heeft jaaaren geleden een “Prestige” gekocht. En niet gereden ! En dan kwam Theo van der Laan.. . . .
De eerste foto’s daarvan staan in het nummer 95 .
 
Nr. 96 - februari 2010
 
Natuurlijk moest zulk onderwerp in verschillende nummers verschijnen. Er staat veel in het eerste artikel maar er is nog veel meer te vertellen. Dus, we gingen door in het februari-nummer 96. Met ook nogal grote foto’s en details. Ook hebben we een rekening gepubliceerd van een aankoop : “voiture Citroën DS 21 Pallas Hydraulique “Prestige” avec Radio + Interphone”. Total 225.000 Francs.
 
Ook werd binnen de club nogal hevig gepalaverd over het aantal Prestige’s die ooit door Citroën gemaakt werden.
Mijn versie was die van het Duitse Citroënclublid, Martin Kraut, die het op 180 exemplaren bracht. Hij heeft een gesprek gehad met de toenmalige commerciële baas van Chapron, Monsieur Palut, die beweerde dat er niet meer, maar ook niet minder dan 180 DS “Prestiges” geleverd werden.

Een andere mening kwam van onze ex-voorzitter die gegevens heeft gekregen dat er niet meer, maar ook niet minder dan 467 exemplaren afgeleverd werden.
Wie nu gelijk heeft mag een pintje drinken op zijn eigen rekening.
En zo blijven we dan maar bezig. Maar ik raad jullie aan om nog eens deze twee artikels te lezen over die zeer aparte DS “Prestige”. Misschien komt er nog een derde die nog eens een ander getal naar voren brengt. Het kan . . . 
En Mr. Henri Chapron zou het beter geweten hebben . . . Wie zijn wij ?
 
 
Een nieuwe DS Cabrio !
Wij hebben niet alleen een jaarlijkse auto-expositie in Antwerpen, ook in Ciney in Wallonië. Drie jaren geleden heeft Paul De Poorter in Brugge voor het eerst aan een beurs deelgenomen. En in 2010 heeft Paul zijn “eigen” auto laten komen : een DS 19 van 1967, Cabriolet. Met verkort chassis, een “Bossaert” !
Op verschillende meetings reed Paul dan met deze rode Cabrio-DS rond.
 
 
 
Grote meeting in Zolder : een succes !
Onder de hoede van de Amicale van de Belgische Citroënclubs werd op 24 en 25 april 2010 in Zolder een groot feest georganiseerd. Het weer was in orde. En dus was het deze twee dagen een op- en afgaan binnen het Circuit van Zolder.

De boxen op de piste waren gevuld met alle mogelijke onderdelen, boeken, tekeningen etc.
Vanuit Frankrijk kwamen verschillende voertuigen uit de Conservatoire Citroën.
Racing-piloten zoals Marc Duez, Fred Bouvy, Bernd Casier, Vincent Vosse, Robert Droogmans Steve Vanbellingen en Kurt Mollekens hebben met de moderne ZX Rally-Raid en Xsara WRC rond het circuit geraced.
40 GSsen en 40 SMs waren aanwezig om hun 40ste verjaardag te vieren.
 
Er was een museum met de aantrekkelijkste Citroën- en Panhard-collectiewagens. En nog vele andere dingen waren te bewonderen. Veel mensen ook.
Ook een exemplaar van de “speciale” DS3 waarvoor de bezoekers grote belangstelling hadden en mochten meerijden. Alleen die zondag.
 
En uiteraard alle mogelijke Citroën-auto’s uit de oude autotijd. Van alle modellen. Mooie DSsen, sportieve DSsen. Twee dagen feest . . .
 
 
Nr. 97 - mei 2010
 
De “Prestige” op de beurs
In de vorige twee nummers van “Citroglycerine” heb ik er veel woorden - én cijfers – over geschreven.
Wat is een “Prestige” ?.
Sommigen zullen het nu weten. Het is een DS die zich nauwelijks onderscheidt van een normale DS. De tussenruit is al doorschijnend. Dat hebben wij dan op de beurs in Antwerpen in maart zeer duidelijk aan onze “klanten” en bezoekers verteld. En als zij het hadden begrepen dan stonden ze voor deze uitzonderlijke auto stil : bewonderend dat zoiets ooit ook gemaakt werd.
Voor heel rijk volk . . . dachten wij erbij.
Die auto van Theo van der Laan is trouwens na de beurs niet direct naar de eigenaar teruggebracht. Er was een klein probleempje en dat heeft Walter Bogaerts prachtig hersteld. Dank je, Walter.
 
Een prachtige Citroglycerine-voorpagina met een toffe jonge jongen in een HY Citroën opZolder
Aangezien het grote feest (alweer) in de maand april in Zolder doorging kon een fotograaf een prachtige foto maken die dan ook in het volgende mei-nummer op de voorpagina stond. Je bent heel jong en je wil een auto. Zo’n 5-6 jarige jongen, dat waren wij allemaal. Mijn eerste auto was een “1:43 “Schuco”. Een Amerikaans-achtige slee, die één truk had : hij kon nooit van de tafel vallen. Het was een blauwe.

Enkele jaren later had ik weer zo’n droom : wat koop ik me later als ik groot ben ? Een auto of een paard ? Ik koos voor . . . het paard. Geeft niks : mijn leven was voor auto’s voorzien. God handelt soms heel anders dan je zelf wilt.
 
 
Het was een prachtige uitstap naar Kortrijk en omgeving.
En wie heeft een lang artikel geschreven over deze sortie ? Myriam en Luc. Beiden zijn franstalig, maar Myriam is tweetalig-frans/nederlands.
Soms vergeet ik dat en ga haar uit de weg omdat mijn frans nooit goed was – maar nu helemaal niet meer functioneert. Ja, en dan komt deze lieve jonge dame af en dan is het vlaams . . .
 
Myriam heeft ook in dit nummer weer een prachtig lang – franstalig – artikel geschreven over de sortie rond Kortrijk en Deerlijk.
Ik moet mijn frans toch weer opvijzelen. . . .
Mijn nederlands kan ik dan ook even verbeteren.
Ja, ik met mijn Zwitserdüütsch dat terug komt . . .
 
Nr. 98 - augustus 2010
 
Van Spa naar Stavelot
Zaterdag-voormiddag kwamen we bijeen in de Voerstreek. Zicht over de hele halve wereld. ! De zon scheen. Het terrasje voedde ons. En vreemde Hollanders vonden onze auto’s de mooiste van de wereld! Ver weg glimt een spitse kerktoren. We rijden naar Spa en gaan zwemmen of in de bomen touwklimmen. En dan volgt een aangename avond. Een wilde avond.
 
Zaterdag-avond hebben we allemaal gedineerd én gedanst in Spa. Zo vrolijk zag ik onze “bende” al lang niet meer. Zo vrolijk en zo fatsoenlijk. En zo vroeg gaan slapen . . .
 
En ook nog een trip naar Terneuzen. Aan de oever van de Schelde.
Een prachtige ontspannen rit. Er waren DSsen en ook veel SM’s. De zon scheen. En daar in Terneuzen was het de tweede keer dat we onze Mosselen niet op een fatsoenlijke tijd kregen.
Ooit hebben we met onze Citroën-groep en met DSsen en ook veel SM’s een hele tijd moeten wachten in Kalmthout. In het zonnige terrasjes-restaurant zeer lang op onze mosselen moeten wachten, oei oei. Een lange tijd ! Is dat altijd zo met mosselen in deze wereld ?
Dan liever oesters of zoiets de volgende uitstap !!!! Hé . . .
 
Nr. 99 - november 2010
 
Als ik jullie kan overtuigen, dan gaan jullie dit laatste nummer van “Citroglycerine” zelf in handen nemen. En beginnen lezen. 100 nummers van de DS/SM Club.
Geniet er ook van de volgende 100 jaar . .
In het nummer 99 staat Michaël Kalifa Jackson en zijn SM op de voorpagina.
Wat zal het op nummer 100 worden ?
 
Het succesvolle bestaan van onze DS/SM club zet zich voort met elk jaar bijkomende nieuwe leden. Ik heb voor jullie direct een ander geschenk : het februari-nummer verschijnt als 100ste editie.
Veel clubleden hebben in die 25 jaren aan dit driemaandelijks clubblad meegewerkt. Foto’s gestuurd, teksten geschreven, suggesties gedaan !
Zij zijn bedankt. EN NOG EENS DANK AAN LEO !
 
GHG 
copyright DS/SM Club Belgium

 

GHG

Copyright: DS/SM CLUB BELGIUM. 

 
what's going on?

Latest news

Chapron WE 2015 in Belgium !

-Retromobile Paris

 Skeleton from lake-Bugatti 22 sold for 260.000 € (You Tube

 1971 Citroën DS21 Décapotable Sold for €189,000

 

 

 
News - Nieuws - Nouvelles
NEWS

New Hélenca tissue has been made by Jörg Daniel Schmickl of the DS Club Austria. More information here.

 
Designed by IciLaba   Powered by STOSIO   Login