20 jaar DS SM/Club Belgium (1985 - 2005)
Creativiteit, vindingrijkheid, passie, ... Wanneer deze kwaliteiten ten dienste staan van de vooruitgang, dan spreekt men zeker van Citroën !
In het voorjaar van 1985 ronselden Roland Delbauche en Charles Lentz met strooibriefjes op de voorruiten van DS-geïnteresseerden. Deze briefjes nodigden de DS-rijders uit om op 22 mei 1985 naar restaurant "El Patio" in Anderlecht te komen. Onder de talrijk opkomende DS-liefhebbers besliste een kern van acht om op deze memorabele avond de "DSM Belgium Club" op te richten. De restauranthouder, Jacques Meuris, werd de eerste voorzitter. Roland Delbauche werd ondervoorzitter, Doris Lentz de penningsmeester en Thierry Pirmez werd secretaris. Voor de Nederlandstaligen waren Marc Roelandt en Luc Plas de pioniers.
Die eerste avond werd al meteen beslist om een trimestrieel blad uit te geven: het "DSM-journal". Het eerste nummer verscheen op 22 augustus 1985. Hierin stond het eerste verslag (van Sigi Migerode) over de eerste uitstap (richting Tervuren, Waterloo en Genval) van 30 juni 1985, georganiseerd door de kersverse voorzitter. Deze voorzitter vond de clubnaam te Engels en liet stickers drukken met clubnaam "Amicale DSM Belgium Club".
Op 29 september van datzelfde jaar vond de tweede rit plaats. Opnieuw was het vertrekpunt de triomfboog van het Jubelpark. Het eindpunt lag in Namen. Ondertussen rommelde het al in het nieuwe clubje: sinds het verschijnen van het eerste blaadje werd niets meer van T. Primez, de secretaris, vernomen. Daarom werd Luc Plas beëedigd als secretaris (ook ledenadministrateur en beginnende clubshop) en nam Marc Roelandt de redactie van het clubblad over. Piet De Koster zorgde voor de lay-out. En zo verscheen het tweede clubblad in maart 1986: het "DS/SM CLUB BELGIUM MAGAZINE" was véél verzorgder en perfect tweetalig. Tot en met het nummer 3 verscheen het magazine op A3-formaat, daarna op A4, en vanaf nummer 8 met een prachtige kaft. In het clubblad 4 van oktober '86 verscheen het eerste technische artikel: De kleurcodes van de DS. Een tweetalig artikel van de hand van Xavier Stainier.
Na het stichtingslokaal "El Patio" werd het "Starter's Club". Dan "A l'arrêt du Tram", nog later in "Le Belgica". Nu hopen we een stabiele basis gevonden te hebben in "AUTOMOBILIA" te Woluwe.
Vanaf 1986 nam de nu volwaardige DS/SM Club deel aan oldtimerbeurzen: stands in Antwerpen en Wieze. Door doelgerichte P.R. (de beurzen en het kaartje onder de ruiterwisser) steeg het ledenaantal tot 80 eind 1986. Hierdoor verschenen er ook meer wagens op de clubuitstappen: Denderwindeke '86 telde 58 auto's !
In september 1986 waren de nieuwe stickers er: twee ontwerpen (één DS en één SM) van de striptekenaar-cartoonist Krisse Van Muylaer. Sober maar mooi; een wit autosilhouet op een zwarte ondergrond.
Eind '86 rommelde het weer even. Het bestuur reageerde: de voorzitter werd uit zijn functie ontheven. Sigi Migerode (eigenlijk een fervente 2 PK-man) erfde het voorzittersroer. Hij nam de volgende vier jaar deze taak zeer ter harte waar. Doris Lentz gaf vrijwillig ontslag en haar taak werd door Jeanine Cuypers als waarnemende penningmeester overgenomen.
In maart 1987 ging de club voor het eerst de grens over. Clublid André Mas organiseerde een driedaagse uitstap naar Luxemburg-stad. Amper vijf wagens reden mee naar het buitenland. Een schril contrast met de 87 wagens van de "1-mei-lenterit" te Denderwindeke. Hier deden voor het eerst oudjes (een ID van 1959 en één van 1960) hun intrede. Ook drie netjes afgestofte cabrio's rodeerden in de club.
De club nam in 1987 ook voor het eerst deel aan een I.C.C.C.R. (International Citroën Car Club Rally). Hoewel er vanuit de club zelf geen gezamenlijk heenrijden georganiseerd werd, waren er toch 8 clubwagens aan de Loreley in Duitsland.
In clubblad nummer 7 van oktober 1987 tekende Kristof Van Langenhove een veerbol met het opschrift: "The Citroglycerine Magazine of Belgium". Dit idee gistte verder en alzo ontdaan van on-angelsaksische boutades distilleerde men de naam "CITROGLYCERINE". Clubblad nummer 10 kreeg als eerste deze explosieve titel mee. Die Kristof bleek ook dichterlijk aangelegd te zijn. Getuige hiervan volgend citaat:
De DS-club is de beste in het land. Hier sta ik met een veerbol in de hand. Geen veren die spiralen, geen brekers die schokken. Een beetje L.H.M. en ik ben vertrokken! Het gaat goed met de DS-club, dankuwel. Door de rode hydro komen problemen soms snel. We raken langzaam in hogere sferen... We lachen ons groen, niets kan ons nog deren.
Oktober 1987: voor het eerst hadden we ook een stand op de Brusselse oldtimerbeurs. Wieze werd opgegeven, maar Brussel en Antwerpen gaan tot op heden nog steeds door. Schitterend in dat jaar was ook de rondrit in de Zwalmstreek: met de picknick-mand rond het kasteel van Nokere bij Baron Casier. Gelle Van der Weeën (9 jaar) schreef er een artikel over: het eerste jeugdverhaal in Citroglycerine.
Eind '87 gaf de toen zeer actieve secretaris om persoonlijke redenen ontslag. Hij bleef echter zijn taak tot eind '88 voorzetten. Begin '88 werd de club in regio's opgesplitst: Paul De Laet, Gunther Götzfried, Johnny en Carina Verheyen stelden voor om regio Antwerpen (dit team werkte aan de voorbereiding van de "Havenroute") op te starten. Achteraf bekeken bleek dit de juiste oplossing ter ontlasting van het nationale secretariaat. Door deze regioverdeling werden vele probleempjes van leden lokaal opgelost. Voor Antwerpen werd Paul De Laet de regioverantwoordelijke. Voor Mechelen-Leuven: Gunter Temmerman, Limburg: Luc Hendrickx. West-Vlaanderen: Paul Depoorter, Liège: Nicolas Dardenne. Later kwamen nog Luk Van Linden voor Klein-Brabant, Thierry Bourgeois voor Brussel, Marc Stelleman voor Hainaut en Henk Goossens voor Oost-Vlaanderen. Alles liep op wieltjes.
In april 1988 werd de Havenroute verreden. Meer dan honderd Citroëns op de Antwerpse Grote Markt. Een nieuwe clubrecord. Een sliert van 89 auto's kwam aan de start en wat bijzonder was, een vlekkeloze organisatie. Veertien dagen later stonden er 87 op de startplaats in Denderwindeke.
Citroglycerine kreeg met Kris Serré een nieuwe lay-outman. Het blad werd alsmaar dikker en beter van drukkwaliteit. Veel bijdragen over uitstappen, technische artikels, oude reclamebrochuren, de altijd aanwezige evenementen-agenda, koopjes, strips, ja zelfs geboorteaankondigingen (oa Billy Delbauche, Emilie Depoorter, Manon Verheyen). Het werd een echt familieblad.
Op 14 augustus bezocht de DS/SM Club haar feestvierende 2 CV-zusterclub in Rochefort ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de 2 PK. De banden (nee, geen Michelins) met de andere Citroënclubs werden alzo aangehaald.
Ook in 1988 ontpopte Paul Depoorter zich tot een ware champetter: hij werd de onmisbare strateeg om de alsmaar langer wordende DS-kolonnes veilig in goede banen te leiden. Diezelfde Paul had er ook al voor gezorgd dat ieder clublid fier met een club-T-shirt kon rondrijden. Eerst waren er enkel witte T-shirts, later ook andere kleurtjes. Een grijze sweater, het DS-stuur op de voorzijde en de DS-kont op de rugzijde, kenden veel succes (een ontwerp van Carlos De Wilde uit Vlezenbeek). De Hanes T-shirts zijn nog altijd te koop via de clubshop. Het stuurwiel werd in 1991 vervangen door het nieuwe clublogo, een ontwerp van Karel Suyling.
Eind '88 zit de club zonder secretaris. Begin '89 werd er ijverig naar een nieuwe secretaris gezocht. Na een bestuursvergadering nam Paul De Laet in oktober '89 het secretariaat over, op voorwaarde dat de clubshop naar Carina Van Staey ging. Haar echtgenoot, Johnny Verheyen, werd de nieuwe penningmeester. Eindelijk werd de chaotische toestand van clubshop en financiën kordaat rechtgezet: een professionele boekhouding in plaats van een plastieken zakje met wat losse papieren erin. Het clubshop-assortiment werd uitgebreid en up-to-date gehouden. De ploeg was weer voltallig en zo konden we 1990 met gerust gemoed aanvangen.
Even terug naar 1989. Gunter Temmerman leverde zijn kwalitatief hoogstaande technische artikels voor het clubblad verder af. De redactie ging op interview bij onze andere technische knobbel, Willy Vahouche. Samen met Gunter vormde hij de "Technische Commissie". Bij hen kon iedereen telefonisch terecht met zijn technische problemen.. Omdat de technische vragen met hopen naar binnen stroomden, organiseerde Gunter in Mechelen twee technische namiddagen. Onbegrijplijkerwijs bleek er maar beperkte belangstelling voor de technische "les". Nochtans bleef hun telefoon even vlijtig rinkelen.
Eveneens in 1989 verliet Kris Serré de redactie. Hij werd in de kern opgevolgd door Peter Willemijns, die met zijn schitterend gerasterde foto's het imago van ons clubblad nog verder de hoogte induwde.
De lenteritten van Denderwindeke werden door Nicolas Dardenne overgenomen. Hij kreeg 34 wagens op zijn rit Liège-Huy op 30 april '89. De Brabantse rondritten, georganiseerd door Roland Delbauche, Thierry Bourgeois en Michel Bertrand, haalden 35 auto's. Dit jaar stond er ook een ICCCR in Flevohof (Nederland) op het programma: 12 DSsen en 1 SM van onze club stonden er te pronken. In het najaar zorgde de Regio Antwerpen nog voor een rustige kastelenrit in de Antwerpse Voorkempen.
De eerste lustrumviering werd in 1990 door de mensen van de Antwerpse regio op "wieltjes" gezet in "De Diept" te Merksplas. Door het slechte weer was de opkomst maar matig. De barbecue-gerechtjes waren echter overheerlijk en de wijn - met speciaal club-etiket - was gratis, dus werd dapper gefeest tot in de late uurtjes. De afwezigen hadden eens te meer ongelijk.
800 jaar Kortrijk - een prachtige organisatie van Ludwig Vandecapelle - werd dan weer druk bezocht. Deze uitstap viel letterlijk in het (regen-)water, maar dat kon de pret niet bederven. Begin september organiseerde de regio Antwerpen de eerste "Mosselrit". Vanuit Sint-Niklaas, via de veerboot Kruiningen-Perkpolder, ging de rit naar Yerseke, het mosselmekka bij uitstek. Spijtig genoeg weer iets te weinig auto's. Of moesten we wennen aan de wetenschap dat de tijd van tachtig auto's per uitstap voltooid verleden tijd was ?
Eind '90 terug een bestuurswissel. Sigi Migerode nam ontslag en Paul De Laet volgde hem als voorzitter op. Marc Roelandt, die nog steeds hoofd van de redactie was, nam het secretariaat van Paul over.
1991. Citroën werd uitgeroepen als "constructeur van de eeuw". In diezelfde enquête, gehouden onder alle autojournalisten, haalde de DS brons in de categorie "auto van de eeuw".
In het voorjaar bezocht de Nederlandse DS-Club het Brusselse Jubelpark. Ruim 300 DSsen schitterden op de "Cinquantenaire".
Op 2 juni reed de club ook een echte rally, systeem "bolleke-pijl". De Zwalmstreek werd het decor. Schitterend weer, een minutieus samengesteld roadbook: ziedaar een prachtige rit samengesteld door Ann en Peter Willemijns.
Ter afronding van de activiteiten voor 1991 had de Antwerpse regio opnieuw een jaarfeest in "De Diept" georganiseerd. Deze keer waren de weergoden wel van de parij en het aantal deelnemers dus ook. Er werd een heuse "gymkana" verreden. Veel plezier, zowel voor de chauffeurs als omstaanders. Gelukkig haalde iedereen zonder brokken de eindstreep.
Eind 1991 neemt Wim Goessens van Marc Roelandt de hoofdredactie van Citroglycerine over. Marc blijft wel actief meewerken aan het clubblad, voornamelijk bij het schrijven van artikels en vertalingen en verder ook voor de distributie. Luc Plas neemt de clubshop van Carina over. Het is ondertussen een hele winkel geworden: T-shirts en sweaters in verschillende maten en kleuren, pin's, boeken, stickers ...
Op 1 mei 1992 kregen de clubleden te Mechelen hun tweede rit in "bolleke-pijl"-stijl. Een organisatie van Gunter Temmerman en Benny Van Wanghe. Op 14 juni loodste Henk Goossens een caravaan DS-sen door Gent. Eind augustus maakten twaalf clubautos zich op voor het negende ICCCR. Vertrekpunt lag te Gierle, het eindpunt: Herning in Denemarken. Enkele leden waren op eigen houtje afgereisd, zodat we uiteindelijk met 18 wagens de Deense wegen onveilig maakten. Uniek feit in de club-analen: een totaal van 36.000 kilometers zonder problemen !
Op 11 oktober van datzelfde memorabele jaar werd er nog een ander record gebroken: 112 auto's stonden aan de start in Puurs voor het herfstgebeuren van de regio "Rupel - Klein-Brabant". Vier enthousiaste leden, Luk Van Linden, Walter De Kunst, Mon en Kristien Peeters, samen met nog 48 medewerkers verzorgden dit enorme Citroënfeest. Eind '92 trok Marc Roelandt zich als secretaris terug en werd opgevolgd door Gunter Temmerman.
1993 werd met een gerust gemoed aangevat: op 14 februari stak Luc Plas de "Valentijnsrit" ineen: een gezellige zoektocht in de streek rond Hemiksem en de Schelde. Op 16 mei tracteerde Nicolas Dardenne ons samen met "l'auto-moto-rétroclub de Rochefort" op hun negende Famarde; een prachtige rit onder een voorbeeldige organisatie. Door een verwarrende mailing waren we slechts met vier leden uit de club aanwezig.
Het was maar liefst zeven jaar geleden dat er nog eens een tweedaagse rit op het programma had gestaan. In juni '93 werd de "DS-Ronde Van Vlaanderen" verreden. Niet met bijzonder veel deelnemers, maar wel met veel ambiance in de caravaan. Ann & Peter Willemijs, Wim Coessens en Marc Roelandt, kortom de redactieploeg, zorgden voor deze organisatie. In september gingen we voor de tweede maal met onze "mossel" (=DS!) de overzetboot in naar Zeeland om mosselen te eten. In oktober ging de club naar de provincie Henegouwen. Marc Stelleman had met een kersvers lid, Karl Hunot een toffe rit in elkaar gestoken.
En op 31 juli van dat jaar – 1993 - stierf de koning der Belgen, Koning Boudewijn, aan een hartstilstand in zijn vakantieverblijf in het Spaanse Motril.
In februari 1994 werd er eindelijk een echte clubstand aangekocht. Die werd op de Antwerpse beurs in maart ‘94 ingezegend. Al voordien in november werd belsist om deze clubstand aan te schaffen. Door een streng financiëel beheer en een gezonde clubkas kon deze aankoop, zonder hulp van buitenaf, gerealiseerd worden. Ook rond die tijd kreeg de clubshop het fiat om autonoom te werken : een eigen begroting en budget, onafhankelijk van de clubfinanciën. Opnieuw een gunstige evolutie in de alsmaar groeiende club.
Een enthousiaste ploeg rond Garage “Luc” Marginet stippelde met "de lijn-busdriver" Bart Ruyssinck een lente Denderroute uit. Op 10 april werd er vanuit Dendermonde gestart voor een lekker ouderwetse rit door de provincie Oost-Vlaanderen. Op 8 mei werd er "door de wind, door de regen" gepuzzeld rond de abdij van Hemiksem. Eind mei verraste Karl Hunot de deelnemers van de 2de “Route de Thudinie" met een prachtige rit in de omgeving van Thuin. Zijn originele spelletjes met de DS resulteerden, bij voldoende punten, in een heus DS-rijbewijs. Na negen jaar wachten, kregen we van onze "champetter" Paul Depoorter zijn "Brugge en omgeving" te zien. Samen met de familie Cappon van de gelijknamige garage brouwde hij met een "Straffe Hendrik" een zonovergoten onvergetelijke rit.
Afsluiter van '94 werd het "Tweede I.D.AAL DS-SM treffen", georganiseerd door de mannen van de Regio Klein-Brabant. Opnieuw een gigantisch succes en een nieuw clubrecord: 174 Citroëns voor de deuren van Garage Peeters. Zelfs de filmploeg van de BRTN is onder de indruk van de kilometerslange autosliert.
Eind '94 werd lidnummer 390 toegekend: neen, geen 390 maar wel een goede 190 leden in onze club. Wie had dat tien jaar geleden durven dromen ? Onze club is nu een hele organisatie, goed gestructureerd, bijna een klein bedrijf. Niettegenstaande ons amateurstatuut (er mag al eens iets fout lopen), de onbaatzuchtige inzet van vele goedwillige, actieve medewerkers en enthousiastelingen hebben we de eerste 10 jaar overleefd. Op naar de volgende 10 jaar !
Met dank aan de leden voor hun tekstbijdragen, verbeteringen, nuttige tips en foto's. Franse vertaling: Marie & Paul Depoorter. Samenstelling, redactie & lay-out: Luc Plas & Paul De Laet.
2de periode (1995 tot 2005)
De tweede tien jaar van onze club stonden precies op hetzelfde pijl als de eerste tien jaar : service aan onze leden geven. Helpen met raad en daad. Plezier hebben in het leven en rijden. Rijden. Rijden met onze DSsen. Tussen de herstellingen aan onze DSsen door. Sommigen van ons hebben perfecte auto’s. DSsen die precies nooit naar een garage moeten. DSsen die even naar de garage gaan, nieuwe banden erop zetten en de volgende 100.000 km rijden. Ik ken zulke leden.
Dat is de droom van iedereen en soms ook de werkelijkheid.
Wij als organisatoren – in feite het huidige voltallige clubbestuur binnen de club - doen het in feite nog steeds voor jullie allemaal. Onbetaald als we zijn krijgen we dikwijls een “dank u wel” toegezwaaid. Soms ook niet en anderen komen nog niet eens naar onze uitstappen. Dat is een klein probleem.
Als ik nu de geschiedenis van onze club van de laatste tien jaar neerpen (op de computer) dan was het precies in dat jaar - 1995 - dat wij - Belgen zijnde – met het nieuws verblijd werden, dat we het 11de ICCCR van 1998 mochten organiseren.
Niets meer, maar ook niets minder.
Velen van ons hebben regelmatig aan die voorgaande tien ICCCR’s deelgenomen, of ze nu in Nederland (Flevohof) doorgingen of in Duitsland (op de Loreley) of in Frankrijk (in Clermont Ferrand) of elders in de “oertijd”. We hebben van al deze bijeenkomsten genoten. Ieder op zijn eigen manier. Het was daar waar de hele familie – Citroën-familie – bijeenkwam.
En onze mijnheer André Citroën zag telkens vanuit de hemel dat het goed was. Soms liet hij de zon schijnen en soms liet hij het regenen.
Op ons 11e ICCCR in Chevetogne was het regen, en niet weinig !
Op dat ogenblik was iedereen uit de Citroënclubs gevraagd. We vormden comités. Werkgroepen. Meestal bezet door gewone leden, maar ook met bestuursleden uit de betreffende clubs.
Inmiddels hadden we het enorme aantal van 8 clubs, die allen op de een of andere manier een of meerdere modellen van Citroën onder “hun hoede hadden”.
Een ICCCR organiseren? Nog nooit had iemand van ons een dergelijke organisatie mee opgebouwd, of zelf helemaal georganiseerd.
We wilden het toch doen. En goed. De geschiedenis zal het uitwijzen.
We hadden ideeën. Goede ideeën. Chevetogne was een ongelofelijk mooi terrein voor een ICCCR, zoals wij het ons voorstelden. Uiteindelijk waren er ook veel foutjes in de organisatie, maar het weer was de grootste spelbederver. En de massa mensen en de massa auto’s. Dàt hadden we nooit verwacht. Dat was grandioos.
Maar dat was al de historie van 1998 voorweg nemen.
Want inmiddels hadden we onze eigen plannen met uitstappen, etentjes organiseren, vergaderingen. Planningen maken . Het tijdschrift CITROglycerine maken. Wim Coessens (vandaag de grote directeur bij de krant “De Morgen “), maakte ons clubblad tot 1995. Hij moest ook zijn brood verdienen en daarbij was ons clubblad net iets teveel werk. Het was op dat ogenblik dat ik (Günther) het tijdschrift overnam en me daarvoor volop wilde inzetten. Ik had toch niks te doen !!!!
Het werden meer dan tien jaar werk : onderwerpen zoeken, braafjes tekstjes typen, corrigeren, lay-out maken, foto’s maken en laten drukken. En wie was bijna de enige man die me hielp met heel dit ‘jobke’ ? Marc Roelandt. Het zij gezegd. En dan te weten dat Marc ook al de vorige tien jaar mede aan het blad heeft meegewerkt. Chapeau.
Marc Roelandt, een gewoon bestuurslid. Maar de toenmalige voorzitter, Thierry Bourgeois, heeft dat enkele tijd gedaan. Marc Roelandt heeft hem dan in oktober 1997 vervangen. En inmiddels heeft Marc er ook al weer zeven jaar voorzitter op zitten. Drie keer, telkens eenstemmig en met zachte druk, verkozen door de overige bestuursleden. Met al de rompslomp erbij. Deze man moeten jullie koesteren. Hij heeft - en doet het nog altijd - met een glimlach of een zucht ieder probleem opgelost . Marc Roelandt, onze huidige voorzitter. En dit vanaf de eerste dag, op 22 mei 1985, dat onze club werd opgericht. Moedige man. Goede man. Echt. Steun hem. Koester hem.
Er zijn nog anderen die eveneens aan alles meegeholpen hebben. Ook veel leden. Als we iemand nodig hadden. Wij vonden niet altijd iemand. We vonden wel Paul op onze weg. Hij was er altijd bij. Paul Depoorter dan !
Organiseren als geen ander, dat kan hij. Hij dirigeert. Hij roept, hij geeft de bevelen. Hij heeft de contacten met het huis Citroën. Hij onderhoudt de contacten met Luc Lion, Public Affairs. Een man die echt begrepen heeft, dat wij geen domme jongens waren. Deze man, Paul Depoorter, zit achter vele ontwikkelingen binnen onze club. Lidnummer 6. Sechs. Zes. Bestuursleden hebben veelal lage lidnummers. Velen met laag lidnummer zijn ook reeds uit de club gestapt. Het leven speelt ook in onze club.
Waar zijn die prachtige zomernamiddagen in 1998 dat we met velen in een extreem grote garage in de Lange Elsenstraat in Antwerpen logotjes plakten op de miniatuurauto’s die op het toekomstige ICCCR verkocht zouden worden. Voorzien werden we toen door de huisbaas en zijn echtgenote van spijs en drank. Wat een sfeer.. Weten jullie het nog ? En nog ander werk deden we daar voor dit aanstaande ICCCR. Nog eens, dat was al in 1998.
In diezelfde garage mocht ook korte tijd onze beursstand tussen twee beurzen staan. Nu niet meer. Nu wel bij Peter Snoeckx in zijn gelijknamige Citroën-garage. Dank Peter. Nog zo’n trouwe helper : altijd bereid.
Rond de jaren 1995 tot 1998 zaten we dikwijls in ons “clubcafé” :” Automobilia” aan de rand van Brussel. Prachtige sfeer. Lieve mensen. Gedroomde ligging voor een tweetalige (drietalige club, dat vond ik zelfs in de oprichtingsnotulen) oldtimerclub. Inmiddels is ook dat fijne cafeetje door de knieën gegaan. Weg. Pleite ?
In 1995 hadden we eveneens een grote organisatie gepland : op de Cinquantenaire. Voor de deur van “Autoworld”, het museum voor alle oude auto’s in België. En tussen Legermuseum en automuseum ? Niks anders dan Citroëns. Alle oudjes van ons merk waren daarbij betrokken. Namen van vrienden herinner ik mij nog, die daaraan meewerkten: bv. Sigi Migerode, Jean-Pierre Machtelinck, Thierry Bourgeois, Paul Depoorter, Bart Ruyssinck : er waren nog anderen ook !
We deden het voor vele Citroën-vrienden uit het binnenland en het buitenland. Nederlanders vooral.
Een veel kleinere meeting was, ook in 1995, de rit naar ST. VITH. In Duitstalig België. Geen succes, want weinig organisatie. Tiens? Tiens?
In 1996 ontvingen al de leden de nieuwste uitgave van Citrogycerine: 44 bladzijden. Mijn madame vroeg of ik soms gek was geworden. Maar ik was nog niet eens op dreef. Later waren er nummers met 60 bladzijden. Veel werk, dat wel.
Een reportage over Gommaire Van der Sande uit Antwerpen, die met zijn DS aan Luik-Rome-Luik deelnam. Je moet het toch maar doen. Een nachtrit-verhaal van Marc Roelandt door Frankrijk : met de DS uiteraard. Sfeervol. En als ik in de kalender van 1996 kijk, dan was dat ook het jaar met de meest succesvolle rit aller tijden : naar Puurs. Wat een volk. Wat een sfeer. En de televisie was er ook.
En dan werd er ook al reclame gemaakt voor een event, dat toen reeds een reuzesucces was : CitroMOBILE in Utrecht.
Zo langzaam kwam ik ook als hoofdredacteur van Citroglycerine op dreef. Het blad werd duidelijker, meer goede foto’s. Volgens sommigen wel slecht afgedrukt. Ja, zo kan ik ook kritiek oefenen. Reportages. Voor jullie. Een blad waarin ik de liefde voor Citroën en DS aan jullie wilde doorspelen.
Zo kregen we meer reportages in het blad, bv.waarbij een DS op een filmset meedeed aan een film : cinema of TV, het kon ons niet schelen. Daarbij heb ik ook een van mijn mooiste foto’s gemaakt : een zwarte DS op een gemaaid korenveld met camera- en geluidsmensen en toeschouwers. En een prachtige hemel daar in Duisburg bij Tervuren.Waar ook de opnamen waren voor de “Leeuw van Vlaanderen” gemaakt werden. Van Hugo Claus geregiseerd. Maar daarin hebben onze DSsen niet meegespeeld !
Binnen de club werd het ook langzamerhand een echte organisatie om op beurzen aanwezig te zijn. De oldtimerbeurs in het Antwerpse Bouwcentrum was al jaren een must voor ons. Dan kwam er ook nog Ciney bij. De Citroën-stand op deze beurs werd en wordt door onze Franstalige leden ( met hulp vanuit Vlaanderen!) nu al jaren georganiseerd. De sfeer daar wordt beter en beter. Trouwens, we hebben ook veel meer reactie uit Wallonië gekregen en het ledenaantal groeit er gestadig!
Is onze club feitelijk niet vanuit een Franse (Franstalige) sfeer ontstaan? Maar toch zo langzaam aan een tweetalige club geworden. Het ideaal ???
Wat is het ideaal ? Het was een ID !!!!!!
Het was ook in 1996 dat we ons eerste bezoek aan Chevetogne brachten. Hoe, waar, wat en wanneer ? Paul Wils, de voorzitter van het feest twee jaar nadien, had er een basis.
In 1997 hadden wij een groot feest : Een nationale meeting in Drogenbos. In de Succursale van Citroën. Het rijk van Mijnheer Duhoux. Later werd hij in grotere landen ook de grote baas van Citroën. Heet, dat was het, om dood te vallen. Maar dat heb ik jullie nu de eerste keer verklapt. Ik leef nog.
In het novembernummer stond ook een grote reportage in Citroglycerine : onze oldtimers. Vooral de DSsen die op een vochtige weide wegsterven. “La Fin – Het Einde ??” vroeg ik toen. Ja, waar zijn alle onze DSsen gebleven ? Daar op die velden in la douce France et ailleurs. . . Uitdrogend in de zon. Kletsnat in de herfst en in de winter bevrozen. Daar maak je geen nieuwe auto’s meer van. Vooral bij de familie Moine in Boucoiran in de Provence. Ik heb gehoord dat er nog maar weinig auto’s daar op het veld tussen Nîmes en Alès rusten. Maar dan wel voor eeuwig ???
Jullie begrijpen, dat ik het dikwijls over Citroglycerine heb in deze geschiedenis van de club, want als er nu een bron is waaruit ik de tijd weer kan oproepen, zowel voor mijzelf als voor jullie, dan is het wel ons eigen blad. Voor jullie gemaakt. Dus, het tijdschrift weerspiegelt een beetje veel het leven in onze club.In het februari-nummer : alles over DS cabriolet Chapron en Usine. Toen kostte een cabriolet/décapotable een klein miljoen. Vandaag zijn de prijzen al geklommen tot 2,8 miljoen frank en zelfs 3 miljoen frank. 125.000 Euro. Snap je ?
Het was ook het jaar dat ik het gezelschap” Zuidelijk Toneel” ontdekte. Zij brachten een stuk, “De onbeminden” van François Mauriac uit 1938 met een DS op het podium. En in Citroglycerine stond daarvan een mooie foto met een tekstje - uiteraard – erbij .
In een “edito-tekst” schreef ik toen het volgende : “
Wat een zomer !
Het jaar begon heel erg rustig en ijskoud. Tot ik de advertentie in dit blad vond. Iemand verkocht zijn DS. In Luik. Perfect gerestaureerd, enfin. Jullie weten het ook al. . . Onderdelen zoeken. Nieuwe batterij.
Dan weer een uitstap of zes met de club. Tussendoor een vakantie met de “nieuwe” DS in Frankrijk gehad. 3500 km dwars door Frankrijk. Veel DSsen gezien. Vooral slechte. Bij Monsieur Moine vooral.
Teruggekomen naar Belgïe voor een vergadering met de club. Dan in panne gelegen tijdens een rit in de Zwalmstreek. Serieuze panne.
Dan een DS opbouwen die niet de mijne is. Roest afkrabben, schilderen en in de polyester leggen. Daar zal nooit meer roest aankomen !” etc. . .
Dit soort teksten geeft mij weer sterkte. In de herinnering. Iets waarvan en waarvoor ik persoonlijk voor leef. Jullie toch ook !!! Goed geweten.
Een geschreven woord herlezen. Als jullie dit nu ook doen met de voorbije nummers van de laatste tien jaar, dan begrijp je me wel.
Vriend Jean-François Schuind heeft het in het mei-nummer over “La DS, une maladie incurable” Ja, dat is juist.
1998, het jaar van het ICCCR.
Een grote meeting, met veel mensen, veel auto’s en veel regen. Zoals jullie bovenaan in de tekst reeds konden lezen.
Ook veel emotie voor verloren clubleden. Het weze zo en we zullen het daar nooit meer over hebben.
Ook niet over een afsplitsing van een groep leden die later hun eigen club oprichtten.
En intussen hebben we alweer twee ICCCR’s gehad : in Noord-Amerika en in Zwitserland. Op het eerstgenoemde waren maar twee Belgen aanwezig. Iets meer toch in Zwitserland. En de volgende zal in Rome doorgaan. Door de Italianen georganiseerd. In 2008. Dan is onze club alweer 23 jaar jong.
Het ICCCR was in augustus. En in datzelfde jaar zou ook de auto van de eeuw gekozen worden. Wij werden het niet met onze DS. Wél de Ford T. Dan de Volkswagen Kever en dan de DS.
Hoe schreef ik ook weer in Citroglycerine ? “Who paid the drinks !!!!!”
En daarmee zijn we al in 2000. Bijna . . .
Toch al bijna 15 jaar clubleven.
In dat jaar ontdekte “Citroglycerine” de duurste DS aller tijden. Een wel zeer exclusief artikel in ons ledenblad. Toen, vijf jaar geleden, moest die eventuele nieuwe eigenaar minimaal 150.000 USD (toen 6 miljoen oude franken) op tafel leggen. Maar intussen had Alex – de eigenaar van de DS 23 van de vroegere President van de USSR, Leonid Breznjev - al nagedacht en hij wilde er in feite 200.000 USD voor hebben. Dit zijn ook nu nog simpele 8 miljoen franken, oude.
Trouwens, in dat jaar publiceerden we ook het verhaal “Citroën op het internet”. We waren goed op tijd ook over dat soort onderwerpen te praten. De digitale tijd was begonnen . . . In februari 1999 had Vincent De Potter onze eerste website in elkaar geknutseld.
Een ander belangrijk punt (breekpunt?) was het feite dat er binnen het bestuur het idee werd gelanceerd om onderdelen te verkopen vanuit de club naar onze leden toe. Dat is nogal vuurwerk geweest. !!!! Gelukkig is het niet doorgegaan. (?) En degenen, die het idee naar voren brachten wilden het ook al niet doen. N’est-ce-pas ? Dus. Afgevoerd. Zo werkt dat nu eenmaal in een club. .
Ook hadden we een grote reportage over het leven van de Keizer van de Centraalafrikaanse Republiek, Jean Bedel-Bokassa I en diens wondermooie DS .
Zoals ook Bokassa de DS van de Président de la République, Giscard d’Estaing, gekregen heeft ! Voor niks. Bleu d’Orient !
In 2001 stond dan weer in november, dan reeds in het “Hof ten Eenhoorn” bij Asse, een algemene ledenvergadering met een verkiezing van het bestuur op de dagorde.
En het werd het volgende bestuur, dat zich ook nog vandaag uitslooft om jullie alles recht en open toe te spelen :
Marc Roelandt, Paul De Poorter, Marc Stelleman, Wouter Couché, Günther H.Götzfried, Vincent De Potter en Carl Dufays.
En om de clubgeest een beetje kracht bij te zetten heb ik toen elk jaar de foto’s van de leden gevraagd, die zij in de loop van het jaar van hun DS’sen getrokken hadden. Had succes.
2002 begon op de Heizel. Voor een kleine afvaardiging op het autosalon in Brussel. Paul Depoorter met echtgenote en Marc Roelandt met zijn . . . redakteur Günther. We zagen voor het eerst de nieuwe C3. Toen heb ik beslist, die auto ga ik kopen . . . als die écht gecommercialiseerd werd.
Eind 2002, begin 2003 was het zover ! Tof bakske voor een oude heer.
Ook was er weer een afvaardiging – bijna dezelfde mensen als boven vernoemd , maar aangevuld met Dirk Oosterlinck voor zijn – onze – oudste DS in de Club. DSsen onder het Atomium voor het feest voor de tijd van toen : 1958. Expo’58 in Brussel. En alles wat een perfecte vorm had zat in die tentoonstelling , in de bollen van het Atomium. Ook onze DS - op zijn achterste en in klein formaat. En later was dit ook de eerste uitstap van het jaar met hééééel de club. ! Door Marc georganiseerd of wat dachten jullie.
In datzelfde jaar kwam ook een einde aan de “lijdensweg” van Patrick Wauthier : de restauratie van een DS die bijna voor nieuw werd opgebouwd. En in een kleur gespoten die sensatie verwekte : “Capucine”. Moet je gezien hebben . . .
Ja, en dan heeft uw redakteur ook nog een reis door Frankrijk gemaakt. Niet op zoek naar DSsen, maar hij heeft er toch nog veel gevonden. In alle staten. En aan alle hoeken. Ik vind het vandaag – na herlezing – een prachtige herinnering aan een reis door La douce France. Dat toch nog bestaat.
25/26/27 april 2003 : dan waren we weer in grote getallen in Chevetogne. We hadden ene Jumble georganiseerd. Daar, op de plek waar 5 jaar geleden onze grootste organisatie in het water viel. Regen, you remember . . .
Chevetogne, dat zich inmiddels als een buitentuintje van Citroën heeft omgevormd, was weer de ideale locatie. Met o.a. een concert van Mikhail Bezverkni, Winnaar van de Koningin-Elizabeth-muziekwedstrijd in 1972, als ik me goed herinner.
Maar eveneens in 2003, weer met veel regen gvd.!!!!
In datzelfde jaar kregen jullie ook te horen dat (een van) de oudste DSsen via België terug in Europa via belandde. Uit Amerika. Wij hadden de documenten en de foto’s !
CQS kennen we al een tijd. Dieter Petré heeft zich langzaam binnen de Citroën-wereld laten zien. Eerst door zijn zaak “CQS” – de garantie op rijplezier met uw Citroën DS en SM” in Lubbeek tussen Leuven (N2) en Diest voor Citroën-herstellingen en verkopen van aanvaardbare exemplaren. Maar ook door zijn activiteit binnen de ACI (Amicale Citroën International). Daarin verdedigt hij de belangen van alle Belgische Citroën-clubs. Van ons dus. En voor de rest staat Dieter altijd gereed voor een serieuse vraag. Zeker inzake een moeilijk probleem met een DS of andere SM
En nu zijn we in 2004. Mijn “bestuur” van de vormgeving van “Citroglycerine” ging tot het verleden horen. Na tien jaar en 43 edities van Citroglycerine. Een jonge man – Leo van de Velde uit Ursel - meldde zich aan met het voorstel zijn kennis van vormgeving en digitale opmaak te gebruiken voor een nieuwe vorm.
Mooi, hé ?
De oude “ezel” met zijn 67 jaren kon zich een beetje uitrusten. Dacht hij. . .
Maar doordat de ouderdom ook doorweegt is het schrijven alleen al er nog veel en veel moeilijker op geworden.
Ooit moet daar toch een einde aan komen.
In 2004 kwamen er ook drie nieuwe bestuursleden bij : Jean-Marc Anciaux, Benjamin Puissant en Leo Van de Velde. Benjamin en Leo ontfermen zich om een vernieuwde website te maken: het resultaat mocht gezien worden !
En in 2005 was er binnen onze club maar één gesprek :
20/30/50 ! ????
In 2005 werd onze club twintig jaar. Jarig dus. Volwassen !!. Dat vierden we in Chevetogne. Velen kwamen.
Dertig jaar geleden werd de SM voor het eerst gepresenteerd.
En vijftig jaar geleden werd de DS voor het voorgesteld. In Parijs. En dat hebben we gevierd. In Parijs. Op 8 oktober. Met o.a. een ritje via de Avenue Foch en de l’Arc de Triomph naar de Eiffeltoren.
Eerst mochten er maximaal duizend auto’s meedoen.Voor de duizend eerst ingeschrevenen . . . Onze voorzitter hoorde toen al erbij . . . Tenslotte mochten meer dan 1600 DS meerijden. En bijna alle leden van de DS/SM Club Belgium waren aanwezig. Daar in Paris. Wat een plezier.
Wat een jaar . . . 2005 . . . The story goes on !
GHG
Copyright: DS/SM CLUB BELGIUM.